Een combinatie van strengere vergunningseisen, hogere belastingen, toenemende investeringsonzekerheid en een gebrek aan politieke steun voor de olie- en gassector dreigt van de Noordzee—een cruciale nationale troef voor het Verenigd Koninkrijk—een gemiste kans te maken. Dat stellen zowel sectoranalisten als energiebedrijven.
Tijdens zijn bezoek aan Schotland vorige week omschreef de Amerikaanse president Donald Trump de olie- en gasreserves in de Noordzee als een “schatkist” die het VK dringend zou moeten openen.
Zijn boodschap was helder: boor meer, verlaag de belastingen en pluk de economische vruchten.
Maar Trumps oproep botst met de politieke realiteit van de Britse Labour-regering, die vasthoudt aan haar klimaatdoelen: in 2050 netto-nul uitstoot bereiken en geen nieuwe olie- en gasvergunningen in de Noordzee meer afgeven.
Ooit voorzag de Noordzee in meer dan de helft van de Britse olie- en gasbehoefte. Er ligt nog altijd aanzienlijk potentieel, met naar schatting 7,5 miljard vaten olie en gas in Britse wateren.
Toch voorspelt de North Sea Transition Authority (NSTA) dat de productie waarschijnlijk onder de 4 miljard vaten blijft. Dat zou nog geen derde zijn van de 13 tot 15 miljard vaten die het VK tussen nu en 2050 naar verwachting zal verbruiken—zelfs als alle klimaatdoelen worden gehaald.
Bedrijven die actief zijn in de Noordzee betalen bovenop de bestaande belastingen ook nog een extra heffing op winsten uit energie. Deze zogeheten Energy Profits Levy werd in 2022 door de Conservatieven ingevoerd met een tarief van 25 procent, maar onder Labour verhoogd naar 38 procent. De regeling loopt tot 31 maart 2030.
Belanghebbenden uit de sector hebben kritiek geuit op de opgelegde heffing—een van de hoogste ter wereld—omdat deze investeringen zou ontmoedigen en de energiezekerheid van het Verenigd Koninkrijk in gevaar zou brengen.
Steve Brown, topman van Orcadian Energy—houder van vier vergunningen, waarvan drie in het Britse deel van de Noordzee—zegt in een gesprek met The Epoch Times dat het huidige belastingstelsel innovatie ondermijnt en de toekomst van een eeuwenoude industrie in gevaar brengt.
“Het is tijd dat de regering stopt met het doden van de kip met de gouden eieren,” aldus Brown. “Pas het belastingstelsel aan zodat vernieuwers en durvers worden beloond, en benut de kracht van onze sector in plaats van voortijdig de stekker te trekken uit een bedrijfstak die sinds BP in 1967 voor het eerst gas won uit het West Sole-veld.”
Britse afhankelijkheid van import
De Britse energieprijzen schoten omhoog na de Russische invasie van Oekraïne in 2022, waarbij de gasprijs sinds het begin van die oorlog bijna verdubbelde.
Tijdens de Energy Security Summit in april noemde premier Keir Starmer energiezekerheid een kwestie van nationale veiligheid.
Volgens Starmer kan het Verenigd Koninkrijk zich niet langer blootstellen aan de grillen van de wereldwijde fossielebrandstofmarkten. In plaats van het potentieel van de Noordzee te benutten, koos hij ervoor “thuis opgewekte schone energie” te blijven prioriteren, omdat dat volgens hem “de enige manier is om weer controle te krijgen” over het Britse energiesysteem.
Beleggingsanalisten waarschuwen echter dat de dalende olie- en gasproductie in het VK, gecombineerd met een groeiende afhankelijkheid van import, het land steeds kwetsbaarder maakt voor wereldwijde energieprijzen en marktvolatiliteit.
In een in april gepubliceerd videobericht van de Britse investeringsbank Cavendish, gespecialiseerd in grondstoffen- en energiesectoren, stelde onderzoeksdirecteur James McCormack dat de afnemende binnenlandse productie niet betekent dat de vraag daalt.
“Dat houdt in dat we olie en gas van elders zullen moeten importeren, en opnieuw worden blootgesteld aan internationale energiemarkten en -prijzen,” voegde hij eraan toe.
Volgens cijfers van Offshore Energies UK (OEUK) is het VK nu al voor ongeveer de helft van zijn olie- en gasvoorziening afhankelijk van import. Zonder nieuwe investeringen in de Noordzee kan dat aandeel tegen 2030 oplopen tot meer dan 75 procent, waarschuwt de brancheorganisatie.
Critici van fossiele brandstoffen, zoals Uplift—een Britse organisatie die pleit voor een uitfasering van olie en gas—stellen op basis van hun analyse van NSTA-voorspellingen dat de Britse afhankelijkheid van geïmporteerd gas blijft toenemen, zelfs als er nieuwe velden in de Noordzee worden ontwikkeld.
Volgens Offshore Energies UK (OEUK) zou het Verenigd Koninkrijk met het juiste beleid tot 2050 echter nog altijd in de helft van zijn olie- en gasbehoefte kunnen voorzien. Dat zou de economie 150 miljard pond (ongeveer 172 miljard euro) opleveren, bovenop de 200 miljard pond (circa 232 miljard euro) die de bestaande velden naar verwachting genereren.
Brown benadrukt dat het VK olie- en vooral gasproductie op de lange termijn nodig heeft.
“We gaan die olie en dat gas toch verbruiken, dus dan kunnen we het maar beter hier produceren dan in het buitenland,” zegt hij. “Het is veel beter om werknemers en opdrachtnemers in het VK te betalen, die werken volgens zeer hoge standaarden, dan grote sommen geld over te maken naar andere producenten.”
Investeringsonzekerheid
Analisten waarschuwen dat het Britse deel van de Noordzee in snel tempo zijn aantrekkingskracht op investeerders verliest.
Onduidelijkheid over toekomstige vergunningverlening, emissieregels en het belastingregime na 2030 maakt het voor bedrijven onmogelijk om met vertrouwen langetermijnplannen te maken.
Energieadviesbureau Wood Mackenzie schatte in januari dat in 2025 geen enkel nieuw olie- of gasproject in de ‘greenfield’-categorie een definitief investeringsbesluit (FID) zal krijgen—voor het eerst in de ruim vijftigjarige geschiedenis van het winningsgebied.
Zes grote projecten die nog in de FID-fase zitten, met samen meer dan 460 miljoen vaten aan reserves en een kapitaalbehoefte van ruim 4,3 miljard euro, verkeren volgens het bureau in een beleidsmatige wachtstand.
Daar komt bij dat goedkeuring voor nieuwe projecten voortaan ook moet meewegen wat de milieu-impact is van de uitstoot die ontstaat bij het gebruik of verbranden van de gewonnen brandstoffen, zo maakte de Britse regering vorige maand bekend.
Deze zogeheten downstream- of Scope 3-emissies maakten voorheen geen onderdeel uit van de vergunningprocedure. Scope 3-emissies zijn de indirecte uitstoot van broeikasgassen die buiten de directe bedrijfsvoering plaatsvinden, maar wel het gevolg zijn van de activiteiten van een bedrijf.
Volgens het herziene milieubeleid van het VK moeten de ontwikkelaars van de olie- en gasvelden Rosebank en Jackdaw opnieuw vergunning aanvragen om hun activiteiten te mogen voortzetten.
De Britse regering heeft dit jaar laten doorschemeren na 2030 een stabieler fiscaal beleid te willen voeren, met een prijsafhankelijke belasting die alleen geldt wanneer olie- en gasprijzen boven een bepaald niveau uitkomen. Over de details is echter nog weinig duidelijk.
Voor bedrijven die langetermijninvesteringen doen, vaak voor een periode van 20 tot 30 jaar, is die onzekerheid een belangrijke remmende factor, aldus McCormack.
Mikey Lucas, oprichter van het American Energy Fund, vertelde aan The Epoch Times dat het gevaar reëel is dat de Noordzee een gemiste kans wordt.
“Kapitaal wacht niet op regeringsbeloften. Het stroomt naar plekken waar het welkom is,” aldus Lucas.
Volgens hem beleeft de VS—in tegenstelling tot het VK—juist een opleving in binnenlandse energie-investeringen, omdat investeerders inzien dat de energievraag niet verdwijnt.
“De Noordzee kan het Texas van het VK worden… of het Detroit,” zei hij. “Het verschil? Beleidskeuzes die langetermijnkapitaal aantrekken, in plaats van het weg te jagen.”
Een bijkomend probleem is de naderende veroudering van de infrastructuur. Nu investeringen opdrogen, versnellen volgens McCormack de kosten voor ontmanteling en het stoppen van de productie.
“Daardoor is het mogelijk dat veel van deze velden eerder dan verwacht worden verlaten,” aldus McCormack.
Tegenstrijdige keuzes in Europa
In maart 2025 bevestigde de Britse regering dat er geen nieuwe vergunningen voor olie- en gasexploratie worden uitgegeven. Bestaande vergunningen mogen echter wel doorgaan naar ontwikkeling en productie.
Terwijl het VK het beleid rond fossiele brandstoffen aanscherpt, blijven andere Europese landen hun binnenlandse productie behouden of zelfs uitbreiden.
Noorwegen, de grootste olie- en gasproducent van Europa, zet de uitbreiding van de binnenlandse productie voort, ondanks haar emissiedoelstellingen. In januari gaf de Noorse regering 53 nieuwe productievergunningen uit, waarvan 33 in de Noordzee, 19 in de Noorse Zee en één in de Barentszzee.
Ook andere landen zetten hun upstream-activiteiten voort. In april tekende Shell een overeenkomst met Bulgarije om het 4.000 vierkante kilometer grote Block 1-26 Khan Tervel-veld in de Zwarte Zee te exploreren, dat door officials wordt gezien als cruciaal voor toekomstige gasleveringen.
Vorige maand keurden Duitsland en Nederland de gaswinning goed uit het N05-A-veld in de Noordzee, waar het Nederlandse energiebedrijf One-Dyas mikt op een opbrengst van 4,5 tot 13 miljard kubieke meter.
Volgens Offshore Energies UK (OEUK) biedt de Britse olie- en gassector werk aan 200.000 hoogopgeleide mensen door het hele land.
“Dat is ongeveer één procent van de werkende beroepsbevolking in het VK en zo’n drie procent van de werkende beroepsbevolking in Schotland,” aldus McCormack.
Hij waarschuwt dat bij voortijdige sluiting van velden een groot deel van deze arbeidskracht kan vertrekken naar landen met een meer ondersteunend beleid voor olie en gas.
The Epoch Times vroeg het Britse Department for Energy Security and Net Zero om een reactie op de uitspraken van Trump en de rol van olie- en gasexploratie in de Noordzee, maar ontving voor publicatie geen antwoord.
Gepubliceerd door The Epoch Times (10 augustus 2025): UK’s North Sea Oil ‘Treasure Chest’ Risks Becoming a Missed Opportunity: Analysts





