27 oktober 2026
Konstantin Konovalov/Storyblocks

Hoe algoritmen de hersenen hervormen

‘Brainrot’ bestaat echt, en wordt bewust veroorzaakt.

Je was van plan om even twee minuten op je telefoon te kijken. Vijfenveertig minuten later zit je naar een kattenfilmpje van een onbekende te kijken, en je weet niet eens meer hoe je daar terecht bent gekomen. Dat is geen toeval. De meest geavanceerde teams van technici ter wereld voeren dagelijks een strijd om jouw aandacht, en jij bent vrijwel zeker de verliezer.

Dat is althans de mening van een groeiend aantal deskundigen, die stellen dat door algoritmen aangestuurde socialemediaplatforms ons niet alleen afleiden, maar ook de werking van onze hersenen veranderen, mogelijk met negatieve gevolgen.

Hoe algoritmen werken

Om te begrijpen hoe algoritmen onze hersenen beïnvloeden, is het allereerst nuttig om te begrijpen waarvoor ze zijn ontworpen.

Op het gebied van sociale media fungeren algoritmen als onzichtbare redacteuren. Ze sorteren, filteren en bepalen voortdurend wat gebruikers te zien krijgen, op basis van regels die zijn ontworpen om te voorspellen welke inhoud mensen het langst op het platform zal houden. Elke ‘like’, pauze, scrolbeweging en klik wordt een signaal dat aan het profiel van die gebruiker wordt gekoppeld en wordt gebruikt om – vaak met verrassende nauwkeurigheid – te voorspellen welke inhoud de gebruiker geboeid houdt en ervoor zorgt dat hij of zij terugkomt voor meer.

“In verschillende gemelde gevallen voorspelden algoritmen van sociale media correct dat gebruikers zwanger waren nog voordat ze dit aan hun partners, vrienden of zelfs hun arts hadden verteld, en toonden ze hen gerichte advertenties, inhoud en aanbevolen podcasts en video’s over ouderschap”, vertelde Alexander Bell, een internationale gastspreker en voorvechter van digitaal welzijn, aan The Epoch Times.

Deze voorspellingen worden op basis van minuscule digitale aanwijzingen gedaan, aldus Bell. Zelfs een korte pauze of een vluchtige blik op een bericht kan wijzen op een voorkeur, interesse of emotionele reactie.

Dit gebeurt grotendeels via ontwerpkenmerken die gebruikers nooit rechtstreeks te zien krijgen, en die vaak worden aangeduid als backend-systemen of systeemarchitectuur. Deze systemen sturen de voorgestelde berichten, de volgorde van nieuwsfeeds, aanbevolen accounts, gerichte advertenties, trending topics, meldingen en betrokkenheidsstatistieken zoals likes, profielweergaven en vertoningen aan.

“Hoe langer de gebruiker blijft, hoe meer advertenties er worden getoond, hoe meer gebruikersgegevens er worden gegenereerd, waardoor het algoritme wordt aangepast en verbeterd om meer inhoud te tonen die de gebruiker nog meer zal boeien, waardoor de cyclus opnieuw begint”, aldus Bell.

Kenneth Schlenker, die eerder bij Google product- en datafuncties vervulde voor Maps, YouTube en AdWords en later een bedrijf oprichtte dat zich bezighoudt met het beheer van schermtijd, vertelde aan The Epoch Times: “Uit onze gegevens blijkt dat de meeste buitensporige schermtijd plaatsvindt tijdens sessies waarbij de gebruiker nooit bewust heeft besloten om door te gaan. Ze zijn gewoon … niet gestopt.”

“Die kloof tussen wat mensen willen doen en wat ze daadwerkelijk doen – dat is de overwinning van het algoritme.”

‘Brainrot’

Het doel van algoritmen is binding.

“Het gaat niet om tevredenheid, niet om leren, niet om welzijn, maar gewoon om binding”, zei Schlenker.

Op den duur kan dit zowel ons gedrag als de manier waarop de hersenen werken en zich aanpassen beïnvloeden. De onmiddellijke bevrediging die digitale platforms bieden, zet gebruikers ertoe aan altijd meer stimulerende inhoud te zoeken om hetzelfde verslavingsniveau te bereiken, waardoor een eindeloze consumptiecyclus ontstaat die kan bijdragen aan ongevoeligheid en een kortere aandachtsspanne.

Deze veranderingen kunnen verstrekkende gevolgen hebben, met name bij adolescenten en jongvolwassenen. Overmatig schermgebruik wordt in verband gebracht met een verminderde hersenontwikkeling en mogelijk een vroegere cognitieve achteruitgang. Langdurige blootstelling aan snelle, gefragmenteerde digitale inhoud kan bovendien de emotionele regulatie verstoren.

Tegelijkertijd kan het activiteiten verdringen die de gezondheid van de hersenen bevorderen, zoals diep nadenken en reflectie. “De drempel voor verveling wordt lager. Het lezen van een boek kan plotseling moeilijk gaan aanvoelen. Rustig zitten kan ongemakkelijk worden”, aldus Schlenker.

Het is geen persoonlijke zwakte of gebrek aan karakter, zei hij, maar eerder neuroplasticiteit die je in de weg staat. De hersenen passen zich letterlijk aan de nieuwe dopaminepatronen aan.

De bezorgdheid is zo wijdverbreid geworden dat er een nieuwe term is ontstaan om dit fenomeen te beschrijven. De term “brainrot” – door het Oxford English Dictionary uitgeroepen tot Woord van het Jaar 2024 – verwijst in brede zin naar een waargenomen cognitieve en emotionele achteruitgang die wordt geassocieerd met langdurige blootstelling aan repetitieve, laagwaardige, door algoritmen aangestuurde inhoud.

“Op maatschappelijk niveau voeren we een ongekend experiment uit op het gebied van menselijke aandacht”, zei Schlenker.

De meest effectieve veranderingen

Zolang er geen ingrijpende hervorming van de platforms plaatsvindt, blijven mensen pogingen doen om de gevolgen te beperken van systemen waarover ze geen volledige controle hebben.

Volgens Schlenker is individuele wilskracht alleen niet voldoende om mensen te beschermen. “En het zien als een kwestie van wilskracht is precies wat de platforms willen, omdat daarmee de schuld bij de gebruiker wordt gelegd.”

Hij omschreef het als een wapenwedloop. Aan de ene kant staat het menselijk brein, met zijn beperkte concentratievermogen en zelfbeheersing, vooral wanneer men moe, gestrest of eenzaam is – en dat is vaak het moment waarop mensen het meest scrollen. Aan de andere kant staan systemen waarvoor flink in de buidel is getast, ontworpen door enkele van ’s werelds meest geavanceerde teams van ingenieurs, en gebouwd om gedrag te voorspellen.

De meest effectieve veranderingen komen voort uit het inrichten van de gebruiksomgeving: het wegnemen van triggerfactoren, het toevoegen van weerstand en het bemoeilijken van ongewenst gedrag op het moment dat het zich voordoet, aldus Schlenker. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat apps tijdens concentratieperiodes worden geblokkeerd of beperkt, dat oneindig scrollen wordt uitgeschakeld, dat de telefoon wordt omgeschakeld naar grijstinten, of dat er een korte vertraging wordt ingebouwd voordat afleidende apps worden geopend.

Hij past deze principes toe in zijn eigen leven door zijn schermtijd te beheren en vaste concentratie-uren aan te houden, waaronder een dagelijks werkvenster van 10.00 tot 15.00 uur, waarin sociale media en nieuwsapps worden geblokkeerd. Daarnaast neemt hij regelmatig een “digitale sabbat” in acht, waarbij alleen berichten, kaartapplicaties en muziek zijn toegestaan.

“Ik heb geleerd dat ik er niet immuun voor ben”, zei hij. “Zelfs als iemand die een bedrijf heeft opgericht dat zich bezighoudt met schermtijd, betrap ik mezelf er nog steeds op dat ik aan het scrollen ben als ik geen grenzen stel.”

Andere strategieën die nuttig kunnen zijn, zijn onder meer het bijhouden van de schermtijd. Veel mensen schrikken vaak van hun eigen schermgebruik, wat op zich al vaak als een wake-up call fungeert. Het vervangen van schermtijd door offline activiteiten is een andere manier om het evenwicht te herstellen, bijvoorbeeld door muziek te luisteren, te schrijven of tijd buiten door te brengen.

Er zou wel eens een verandering op komst kunnen zijn

Bell denkt dat het tij misschien al aan het keren is.

“Ik denk dat de wereld zich steeds meer bewust wordt van de negatieve gevolgen die technologie kan hebben”, zei hij. “Toekomstige generaties zullen terugkijken en lachen om de verspilde uren die we dagelijks besteden aan doomscrolling en sociale media.”

Schlenker stelt zich een andere benadering van het gebruik van algoritmen voor, een benadering die is ontworpen om mensen te helpen in plaats van misbruik van hen te maken.

Het publiek zou zich kunnen richten op de resultaten die het nodig heeft: zich goed geïnformeerd voelen zonder zich zorgen te maken, verbonden blijven zonder uren tijd te verspillen, vermaakt worden zonder zich gemanipuleerd te voelen.

Een gezondere relatie tussen mensen en digitale technologie, aldus Schlenker, zou bewust tot stand moeten komen in plaats van automatisch: apps gebruiken uit eigen keuze in plaats van je te laten meeslepen door meldingen, stoppen wanneer je van plan was te stoppen in plaats van wachten tot je wilskracht opraakt, en je na het gebruik van je telefoon goed voelen in plaats van uitgeput of schuldig.

Bell hoopt dat de toekomst evenwichtiger zal zijn dan het heden. “We zullen lessen trekken uit dit tijdperk van overconsumptie en overproductie”, zei hij. “En we zullen inzien dat, ongeacht de technologische vooruitgang, het gewoon mens-zijn het meest waardevolle is dat er bestaat.”

Origineel gepubliceerd door The Epoch Times (7 juli 2026): How Algorithms Are Reshaping the Brain