11 oktober 2026
Sprookjes prikkelen de verbeelding en leren kinderen tegelijkertijd het verschil tussen goed en kwaad. Originele digitale illustratie door Rae Li. Met de hand geschilderd, zonder gebruik van AI.

Hoe fabels en sprookjes het karakter van kinderen vormen

De juiste verhalen leren kinderen waardevolle lessen over het echte leven, deugd en karakter.

“Geef me een kind tot het 7 jaar oud is”, zo luidt een bekend gezegde, “en ik zal je de man tonen die hij zal worden.”

Deze uitspraak wordt vaak ten onrechte toegeschreven aan Aristoteles of aan Ignatius van Loyola, de stichter van de jezuïeten. Toch bevat ze een wijsheid die zowel tijdloos als vanzelfsprekend is. Zo adviseerde het Oude Testament bijna 3.000 jaar geleden al in het Bijbelboek Spreuken: “Leer een kind de weg die het moet gaan, en als het oud is, zal het daar niet van afwijken.” Mensen hebben al eeuwenlang het verband erkend tussen de vroege kinderjaren en morele vorming.

Psychologen in de 21e eeuw zijn het met filosofen uit de oudheid eens dat de normen en waarden die een kind meekrijgt, de basis vormen voor de volwassenheid. De belangrijkste leermeesters zijn uiteindelijk ouders en grootouders, oudere broers en zussen en andere mentoren. Op jonge leeftijd nemen jongens en meisjes van hen levenslessen in zich op over eerlijkheid, vrijgevigheid, respect voor anderen, verantwoordelijkheid en andere positieve eigenschappen. Talloze artikelen op internet benadrukken steeds opnieuw de belangrijke rol van deze opvoeders en geven advies en activiteiten om deze lessen gemakkelijker en effectiever over te brengen. Wat in veel van deze lijstjes echter ontbreekt, is aandacht voor sprookjes en klassieke verhalen die deze lessen kunnen versterken.

Sprookjes prikkelen de verbeelding en leren kinderen tegelijkertijd het verschil tussen goed en kwaad. Originele digitale illustratie door Rae Li. Met de hand geschilderd, zonder gebruik van AI.

Fabels en sprookjes

Lees kinderen de fabels van Aesopus voor: een mier brengt een sprinkhaan verantwoordelijkheid bij, een schildpad leert een haas dat langzaam maar zeker de race wint, en een jongen roept zo vaak “wolf!” dat niemand hem nog gelooft, zelfs niet wanneer hij de waarheid spreekt.

Deel de sprookjes van Hans Christian Andersen, de gebroeders Grimm, Charles Perrault en anderen met kinderen en ze zien deugden in de praktijk, zoals de moed en vastberadenheid waarmee Hans en Grietje de heks verslaan. Lees “Belle en het Beest” voor en ze leren dat echte schoonheid in de ziel zit, niet in de spiegel. Fabels zijn, met hun duidelijke morele lessen, herkenbare personages en korte vorm, als vitamines op papier die een goed karakter voeden en versterken. Sprookjes kennen complexere verhaallijnen en personages, maar dragen een centrale boodschap van hoop uit: uiteindelijk zal het goede het kwade overwinnen.

Anders gezegd: voor kinderen tot 7 jaar vormen fabels met hun waarschuwingen en duidelijke lessen over goed en kwaad een soort routekaart voor de levensreis. Sprookjes beschrijven daarentegen de chaos en gevaren die we onderweg kunnen tegenkomen — een lekke band, stilstaand verkeer, stormen en gladde wegen.

Sommige moderne commentatoren hebben sprookjes afgedaan als ouderwets of te angstaanjagend voor kinderen. In zijn essaybundel “Tremendous Trifles” antwoordt G.K. Chesterton op deze critici. Hij schrijft vervolgens:

“Sprookjes zijn dus niet verantwoordelijk voor het ontstaan van angst bij kinderen, of van welke vorm van angst dan ook. Sprookjes geven het kind niet het idee van het kwade of het lelijke; dat zit al in het kind, omdat het al in de wereld aanwezig is. … De baby kent de draak al sinds hij verbeeldingskracht heeft. Wat het sprookje hem geeft, is een Sint-Joris die de draak kan verslaan.”

Bovendien leren sprookjes een kind, jongen of meisje, om zelf Sint-Joris te worden in plaats van de draak. De 4-jarige jongen die met een stok als zwaard zwaait en het kwaad bestrijdt, trekt als het ware een harnas aan voor zijn volwassen leven. De 5-jarige die zich als prinses verkleedt nadat ze het verhaal van “Assepoester” heeft gehoord, heeft een hulpmiddel gekregen om tegenslagen te overwinnen.

Meer geavanceerde verhalen voor kinderen voegen nog meer bouwstenen toe aan deze basis voor morele volwassenheid.

Klassiekers voor het voorlezen

De inleiding van “Magic in the Air”, een van de delen uit de oude reeks Collier’s Junior Classics voor kleuters, biedt een leidraad voor karaktervorming:

“Wat bedoelen we met ‘het beste’ in een kinderboek? De beste boeken weerspiegelen universele waarheden op een heldere en kunstzinnige manier. Zulke boeken laten zien dat de mens in wezen goed is en dat het leven oneindig de moeite waard is. Ze ontkennen het bestaan van het kwaad niet, maar benadrukken juist de boeiende strijd van de mens tegen het kwaad door geloof, moed en volharding. Ze wekken de verbeelding van de jonge lezer, roepen zowel gelach als tranen op en helpen hem zijn medemens te begrijpen en lief te hebben. Het lezen van zulke boeken vormt een rijke erfenis aan ervaringen die het geboorterecht van ieder kind is.”

Het is een trieste waarheid dat onze cultuur tegenwoordig — van literatuur en muziek tot entertainment — jongeren zelden vertelt dat “het leven oneindig de moeite waard is”. Toch kunnen we onze kinderen die les bijbrengen door het goede voorbeeld te geven en door de verhalen die we met hen delen. In “Magic in the Air” staan bijvoorbeeld fragmenten uit “De avonturen van Pinokkio”, “Winnie de Poeh” en “De Bruikleners”. In deze klassiekers uit de kindertijd, en in nog veel meer verhalen, komt deugdzaamheid verpakt als vermaak.

Net als bij fabels en sprookjes leren kinderen hier over deugdzaamheid niet door middel van preken, maar door het als vanzelf in zich op te nemen. Deze voorleessessies op de bank in de woonkamer geven kinderen de kans om lessen over karakter op te nemen, terwijl drukbezette ouders even kunnen ontsnappen aan hun veeleisende dagelijkse bezigheden.

Toch is er een vaak verwaarloosde deugd die misschien extra aandacht en inspanning van ouders vraagt, buiten de bladzijden van een boek.

Het hele jaar door dankbaar

Dankbaarheid lijkt misschien een vreemde aanvulling op “Roodkapje” en “De wind in de wilgen”, maar ze is een essentieel onderdeel van een leven dat “oneindig de moeite waard is”. Net als sprookjes en verhalen ontbreekt dankbaarheid soms in online lijstjes over karaktervorming.

In zijn essay “Why Gratitude Is Good” wijst Robert Emmons, hoogleraar psychologie en ’s werelds toonaangevende deskundige op het gebied van dankbaarheid, erop dat dankbaarheid tal van lichamelijke, psychologische en sociale voordelen heeft. Daaronder valt ook het erkennen van het goede in ons leven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Romeinse filosoof en politicus Cicero dankbaarheid “de moeder van alle deugden” noemde.

De dankbaarheid die deze twee mannen prijzen, gaat niet alleen over het tijdelijke plezier en genot van een bepaald moment of geschenk. Ze omvat ook waardering voor het bestaan zelf, voor het feit dat we leven, mens zijn en deel uitmaken van deze wereld. Helaas beschrijven ergernis en gemopper onze huidige cultuur beter dan dankbaarheid, ondanks alle luxe en gemakken waarvan we tegenwoordig genieten.

Juist daarom moeten we ernaar streven onze kinderen al op jonge leeftijd de deugd van dankbaarheid bij te brengen.

Een eenvoudige manier om bij een kind van 3 jaar of ouder de gewoonte van dankbaarheid te ontwikkelen, is door dagelijks te vragen: “Waar was je vandaag het meest dankbaar voor?” Ik heb gehoord van ouders die deze vraag stellen wanneer ze hun kinderen naar bed brengen. Twee echtparen die ik goed ken, stellen hun kinderen deze vraag regelmatig aan de eettafel. De antwoorden zijn meestal alledaags — ze zijn dankbaar dat een vriendje kwam spelen of dat mama ’s middags een ijsje uitdeelde — maar deze kleine momenten van waardering stapelen zich in de loop van de tijd op. Zo wordt dankbaarheid een gewoonte.

Een extra voordeel

Zoals veel opvoeders weten, leren we zelf ook wanneer we anderen iets leren. De verhalen en sprookjes die we onze kinderen voorlezen, raken onszelf net zo goed, zij het op andere manieren en niveaus. C.S. Lewis begreep dat volwassenen behoefte hebben aan sprookjes en verhalen over onschuld. In “Surprised by Joy” schreef hij dat “Phantastes: A Faerie Romance for Men and Women” van George MacDonald zijn verbeelding had gedoopt.

Later droeg hij zijn beroemde boek “De leeuw, de heks en de kleerkast” op aan zijn petekind Lucy Barfield. Dit is het begin van die opdracht:

“Mijn lieve Lucy, ik heb dit verhaal voor jou geschreven, maar toen ik eraan begon, besefte ik niet dat meisjes sneller groeien dan boeken. Daardoor ben je nu al te oud voor sprookjes, en tegen de tijd dat het wordt gedrukt en ingebonden, zul je nog ouder zijn. Maar op een dag zul je oud genoeg zijn om weer sprookjes te gaan lezen.”

Sprookjes, goede verhalen en het bewust beoefenen en ervaren van dankbaarheid zijn voor ons allemaal goed. Laten we ervoor zorgen dat we onze kinderen deze waardevolle hulpmiddelen meegeven om deugdzaamheid en karakter te ontwikkelen.

Gepubliceerd door The Epoch Times (25 september 2026): How Fables and Fairy Tales Shape Children’s Character