Sunday, 16 Jun 2024
(Illustratie door The Epoch Times, Getty Images, Shutterstock)

Ja, we willen dat onze leiders moreel zijn

Waarom maken basisdeugden, die veel van onze vroegere leiders hebben onderscheiden, geen deel meer uit van het nationale gesprek?

Een nationale peiling uitgevoerd door Harris X in de zomer van 2023 toonde aan dat een meerderheid van de Amerikanen vond dat politici zich meer zouden moeten richten op moreel leiderschap dan op praktische resultaten. Op de tweede vraag “Wat associeert u het meest met moreel leiderschap?” selecteerde een meerderheid van Democraten, Republikeinen en Onafhankelijken vertrouwen en eerlijkheid bovenaan de lijst.

Daar hield de verdere overeenstemming op. Uit de lijst die de enquêteurs gaven, associeerden Democraten moreel leiderschap het meest met DEI (diversiteit, gelijkheid en inclusie) en eerlijke behandeling van anderen. Republikeinen selecteerden familiewaarden en de idealen van de Founding Fathers. Onafhankelijken kozen familiewaarden als hun tweede associatie met moreel leiderschap en vervolgens goed versus fout als nummer drie.

Dus ja, Amerikanen willen morele leiders. Waar we van mening verschillen is de definitie van moreel.

Wat opvalt aan dit onderzoek is de afwezigheid van morele kwaliteiten die tot voor kort zouden hebben gediend om een deugdzame Amerikaan te definiëren. Net als de ondervraagden zouden eerdere generaties het ermee eens zijn geweest dat ethiek en visie de leidraad moeten vormen voor praktische beslissingen en ook zij waardeerden eerlijkheid en betrouwbaarheid in anderen. Maar hoewel ze het ermee eens zouden zijn geweest dat anderen eerlijk behandelen of de familie eren waardige maatstaven voor karakter waren, zouden ze eerst hebben nagedacht over een aantal meer fundamentele deugden die als bewonderenswaardig in een publiek figuur zouden worden gekwalificeerd.

Laten we er vier bekijken.

De moed van overtuiging

“Wat er nu ook gebeurt, ik heb mijn leven aan God te danken en zal proberen Hem te dienen op elke manier die ik kan.”

Twee weken nadat hij op 30 maart 1981 bijna was omgekomen bij een moordaanslag, schreef Ronald Reagan deze woorden in zijn dagboek. Tijdens zijn verblijf in het ziekenhuis had hij zo’n grote moed getoond, doorspekt met humor, dat de voorzitter van het Huis, de Democraat Tip O’Neill, het gevoel van veel Amerikanen vertolkte toen hij vol bewondering zei: “De president is een held geworden.”

President Ronald Reagan houdt zijn beroemde toespraak met de oproep: ” Dhr. Gorbatsjov, breek deze muur af!” bij de Brandenburger Tor in Berlijn, Duitsland, op 12 juni 1987. (Ronald Reagan Presidentiële Bibliotheek & Museum)

In “Tear Down This Wall: A City, a President, and the Speech that Ended the Cold War” vertelt Reagan-biograaf Romesh Ratnesar over de moed van de president na deze schietpartij, inclusief zijn dagboeknotitie, en geeft vervolgens een profiel van een ander soort moed die de president zes jaar later toonde.

Het was 12 juni 1987 en Reagan hield een toespraak bij de Brandenburger Tor aan de Berlijnse Muur. Hij sprak over vrijheid, over de Muur die de stad en Duitsland zelf verdeelde. Toen, verwijzend naar de secretaris-generaal van de Sovjet-Unie Michail Gorbatsjov, zei de president luid en met enige emotie: “Meneer Gorbatsjov, open deze poort!”. Hij wachtte tot het gejuich was weggeëbd en sprak toen de zin uit die tot in het hart van de communistische onderdrukking doordrong: “Meneer Gorbatsjov, breek deze muur af!”

Op 9 november 1989 viel de Berlijnse Muur en begonnen Oost- en West-Duitsland aan hun hereniging. Iets meer dan twee jaar later, in een gebeurtenis die wonderbaarlijk leek voor iedereen die zijn hele leven in een Koude Oorlog had doorgebracht, hield de Sovjet-Unie op te bestaan.

Moreel leiderschap betekent het lef en de visie hebben om een waardig doel na te streven, hoe klein de kans op succes ook is. Of hij zich de gelofte die hij in zijn dagboek had opgetekend herinnerde, is niet bekend, maar met zijn toespraak over de Berlijnse Muur toonde Reagan die moed die essentieel is voor alle grote leiders.

Een erecode

Vergeleken met tijdgenoten als Thomas Jefferson en John Adams was George Washington onopvallend in zijn formele opleiding en intellectuele krachten. Hij had geen hogere opleiding of graad, een feit dat hij zijn hele leven betreurde. Tot zijn schande sprak hij geen vreemde talen en heeft hij nooit rechten gestudeerd, zoals zoveel van de Amerikaanse stichters. Hoewel hij tegenwoordig bekend staat als generaal, was hij in feite een slechte tacticus, die meer veldslagen verloor dan won.

“Generaal George Washington neemt ontslag” door John Trumbull, 1824. Olieverf op doek. (Publiek domein)

Toch was het prestige van Washington aan het einde van de Revolutionaire Oorlog zo groot dat velen verwachtten dat deze generaal van het Continentale Leger koning van de Verenigde Staten van Amerika zou worden. Sommigen moedigden hem daar zelfs toe aan. Toen hem werd verteld dat Washington waarschijnlijk zijn zwaard en commando zou opgeven en zou terugkeren naar zijn boerderij in Virginia, zou de Britse koning George III hebben uitgeroepen: “Als hij dat doet, zal hij de grootste man ter wereld zijn.”

Op 23 december 1783 gaf Washington zijn opdracht op en nam “afscheid van alle verplichtingen van het openbare leven” en vertrok om Kerstmis door te brengen in Mount Vernon.

Washington werd vereerd om zijn deugden deels omdat hij een man van oprechtheid was, wat een ouderwets woord is dat eer, eerlijkheid, voorkomen en integriteit combineert, vooral in het openbaar. In zijn jeugd had Washington “The Rules of Civility and Decent Behaviour in Company and Conversation” gekopieerd, die hij een deel van zichzelf maakte. Naast deze regels voor manieren en gedrag leefde hij volgens een morele gedragscode die net zo recht en streng was als zijn soldatenhouding. Het is onmogelijk om je voor te stellen dat hij zich overgaf aan volkswijsheden en grappen zoals Abraham Lincoln of dat hij “haardvuurpraatjes” hield zoals Franklin Roosevelt.

Nee, op enkele uitzonderingen na, meestal op het slagveld, was Washington gereserveerd, een toonbeeld van klassieke rechtschapenheid en waardigheid.

De code was de man.

De fundamentele dingen zijn van toepassing

In een artikel over Calvin Coolidge herhaalt columnist Cal Thomas de indruk die onze 30e president maakte op de Britse historicus Paul Johnson: “Geen enkele publieke man droeg de grondbeginselen van het amerikanisme zo uitvoerig uit in de moderne tijd: hard werken, spaarzaamheid, gewetensvrijheid, vrijheid van overheid, respect voor serieuze cultuur.”

President Calvin Coolidge ondertekent een wetsvoorstel voor de financiering van het veteranenbureau in het Witte Huis in Washington op 5 juni 1924. (Publiek domein)

Net als Washington stond Coolidge onder zijn tijdgenoten bekend om zijn gevoel voor fatsoen en zijn morele rechtschapenheid. In tegenstelling tot veel andere politici vermeed hij onnodige publiciteit en ging hij de aandacht uit de weg. Toen hem gevraagd werd zijn rol als gouverneur van Massachusetts uit te leggen, verklaarde hij dat hij van plan was “nederig te wandelen en mijn verplichtingen na te komen.” Hij werd ook wel “Silent Cal” genoemd vanwege de terughoudendheid waar hij bekend om stond. Hij zat de bloeiende economie van de jaren 1920 voor, was een tegenstander van grote regeringen en social engineering en geloofde dat de Amerikaanse Droom op de twee pijlers van moraliteit en religie rustte.

“Silent Cal” klinkt misschien zachtaardig, zachtmoedig of saai, maar in de kern van deze Vermont Yankee zat het hart van een leeuw. In 1919 staakte de politie van Boston om erkenning van hun vakbond te eisen. Er dreigde chaos in de stad en de toenmalige gouverneur Calvin Coolidge twijfelde of hij de Massachusetts State Guard moest oproepen om de orde te handhaven. Cal Thomas vertelt ons: “Toen hij op het punt stond het bevel te ondertekenen om de Nationale Garde op te roepen, waarschuwden enkele collega’s hem dat dit de Republikeinse Partij in Massachusetts zou kunnen vernietigen en het einde van zijn politieke carrière zou kunnen betekenen. Gouverneur Coolidge pakte de pen en zei zachtjes: ‘Misschien hebt u gelijk,’ waarna hij het document ondertekende. Geen grootspraak. Gewoon stille kracht.”

Net als Reagan en Washington was Coolidge bereid om de moeilijke weg te bewandelen en het juiste te doen.

President Coolidge steekt zijn rechterhand op tijdens zijn beëdigingsceremonie in Washington, D.C. (Foto door Hulton Archive/Getty Images)

Dienst

Tijd om een paar sporten af te dalen op deze politieke ladder.

Weinig Amerikanen zullen ooit gehoord hebben van Boonville, North Carolina. Nog minder Amerikanen zullen de naam van Harvey Smith (1926–2018) kennen.

Harvey Smith was eigenaar van een kruidenierswinkel en vleesmarkt in dit kleine stadje. Hij was 34 jaar lang burgemeester van Boonville. Toen hij in die tijd een keer aftrad en de inwoners niet blij waren met zijn vervanger, schreven ze hem in op het stembiljet bij de volgende verkiezingen, waarna hij zijn ambt weer opnam.

Daarnaast was Smith een veteraan uit de Tweede Wereldoorlog, 26 jaar lang brandweercommandant van Boonville, kerkrentmeester van de plaatselijke baptistenkerk en eigenaar van een klein vliegveld en vliegtuig, waar veel jongeren hun eerste ritje in de lucht maakten boven de velden en bossen.

Een van die jonge passagiers, Louis Fletcher, die later zelf brandweerman werd, zei na Smiths dood: “Ik heb Harvey altijd gewaardeerd omdat hij dingen niet deed voor erkenning of voor de eer, hij deed dingen omdat het het juiste was om te doen. Hij deed dat niet alleen voor de brandweer hier in Boonville, maar voor de hele stad, voor de gemeenschap.”

Harvey Smith bekleedde deze functies omdat hij van Boonville en zijn inwoners hield en wilde helpen zorgen voor datgene waarvan hij hield.

Dat is misschien wel wat het belangrijkst is in moreel leiderschap—dienstbaarheid in naam van de liefde.

President en Founding Father John Adams schreef ooit: “Onze grondwet is alleen gemaakt voor een moreel en religieus volk. Ze is volstrekt ontoereikend voor de regering van enig ander volk.” (J. Helgason/Shutterstock)

Hoe zit het met de rest van ons?

We begonnen met een peiling. Laten we eindigen met een andere.

Uit een Gallup-peiling van mei 2023 bleek dat een recordhoogte van 54 procent van de Amerikaanse volwassenen de morele waarden in het land als “slecht” beoordeelde. Een ander record werd gebroken toen uit dezelfde peiling bleek dat 83 procent van de Amerikanen vindt dat onze morele normen slechter worden.

In een democratie weerspiegelen gekozen leiders over het algemeen de waarden van degenen die op hen hebben gestemd. John Adams had deze vergelijking waarschijnlijk in gedachten toen hij schreef: “Onze grondwet is alleen gemaakt voor een moreel en religieus volk. Het is volkomen ontoereikend voor de regering van enig ander volk.”

De boodschap is onmiskenbaar: Als we willen dat onze gekozen politici moreel leiderschap tonen, of dat nu in de Oval Office is of in het gemeentehuis van Boonville, dan moeten we zelf een moreel volk worden.

Gepubliceerd door The Epoch Times (24 november 2023): Yes, We Want Our Leaders to Be Moral

Hoe u ons kunt helpen om u op de hoogte te blijven houden

Epoch Times is een onafhankelijke nieuwsorganisatie die niet beïnvloed wordt door een regering, bedrijf of politieke partij. Vanaf de oprichting is Epoch Times geconfronteerd met pogingen om de waarheid te onderdrukken – vooral door de Chinese Communistische Partij. Maar we zullen niet buigen. De Nederlandstalige editie van Epoch Times biedt op dit moment geen betalende abonnementen aan en aanvaardt op dit moment geen donaties. U kan echter wel bijdragen aan de verdere groei van onze publicatie door onze artikelen te liken en te her-posten op sociale media en door uw familie, vrienden en collega’s over Epoch Times te vertellen. Deze dingen zijn echt waardevol voor ons.