Nieuwsanalyse
De Japanse premier Sanae Takaichi kwam op 8 februari uit een vervroegde verkiezing met een mandaat dat zeldzaam is in de naoorlogse politiek: een tweederdemeerderheid in het machtigere Lagerhuis.
Het resultaat was het hoogtepunt van een periode van drie maanden van gespannen betrekkingen tussen Japan en China over Taiwan en de bewering van Japan dat het het recht had om te reageren als een conflict zijn voortbestaan in gevaar bracht.
Tijdens een zitting van het Lagerhuis op 7 november 2025 zei Takaichi dat een crisis rond Taiwan — veroorzaakt door bijvoorbeeld Chinese “gewapende acties” of de inzet van oorlogsschepen — “een situatie voor Japan zou kunnen vormen die de overleving bedreigt”, wat mogelijk een militaire reactie rechtvaardigt.
Peking nam daarop een reeks agressieve stappen: het riep Chinese burgers op om niet naar Japan te reizen vanwege de verhoogde spanningen en schortte de import van Japanse zeevruchten op wegens gebrekkige watercontroles. Een Chinese diplomaat plaatste zelfs een online dreigement om Takaichi’s nek “af te snijden” vanwege haar standpunt over Taiwan.
De reactie van Peking werd in Tokio opgevat als een poging om de nieuwe Japanse leider te intimideren en te isoleren. In plaats daarvan hielp het de verkiezing van 8 februari te transformeren tot een referendum over nationale veiligheid.
De regerende Liberaal-Democratische Partij won 316 van de 465 zetels in het Lagerhuis, en coalitiepartner Japan Innovation Party voegde er 36 aan toe, goed voor een totaal van 352. Dat geeft Takaichi een mate van parlementaire controle die in de meeste gevallen boven die van het Hogerhuis staat en belangrijke veiligheidswetgeving en begrotingswijzigingen kan versnellen.
Analisten vertelden The Epoch Times dat de overwinning Takaichi politieke ruimte geeft om veranderingen te versnellen die al gaande zijn: hogere defensie-uitgaven, wapens met groter bereik, aanscherping van de contra-spionage en diepere operationele integratie met de Verenigde Staten. Volgens hen kunnen die stappen het veiligheidslandschap in de Indo-Pacific hertekenen.
In Pekings slechtst denkbare scenario, zeiden ze, zou het ook politiek gevoelige debatten over Japans nucleaire opstelling en mogelijke “nucleaire deling” met de Verenigde Staten kunnen heropenen — zelfs als daadwerkelijke inzet nog ver weg blijft.

Een dynamiek als in de Koude Oorlog
Na de overwinning sloeg Takaichi een vertrouwde toon aan. Ze zei dat haar regering zou streven naar een “constructieve en stabiele” relatie met China en open zou blijven staan voor dialoog.
Akio Yaita, een ervaren Japanse journalist en directeur van de Indo-Pacific Strategy Think Tank, verwacht dat de betrekkingen tussen Japan en China mogelijk zullen “terechtkomen in een langdurige toestand die doet denken aan de Koude Oorlog” — gekenmerkt door aanhoudend wantrouwen en strategische concurrentie — maar waarschijnlijk niet verder zullen verslechteren.
“In feite denk ik dat beide partijen — vooral China — een manier zullen zoeken om zich waardig terug te trekken”, zei hij.
Een stabiliserende factor op korte termijn zou volgens hem het geplande bezoek van de Amerikaanse president Donald Trump aan China in april kunnen zijn. Als Washington en Peking in aanloop naar die ontmoeting een rustiger beeld willen uitstralen, heeft Peking op korte termijn mogelijk minder reden om de spanningen met Tokio verder op te voeren.
Li Shih-hu, hoogleraar internationale betrekkingen aan de National Chengchi University in Taiwan en directeur van het master studieprogramma Japan, zei dat Peking bovendien kampt met een structureel probleem binnen de Japanse politiek.
De politieke partij Komeito — de jarenlange junior coalitiepartner van de Liberaal-Democratische Partij die vaak als matigende kracht fungeerde — stapte in oktober 2025 uit de coalitie.
Li zei tegen The Epoch Times dat Peking Komeito gebruikte als politiek achterkanaal om te communiceren en, waar nodig, een door de Liberaal-Democratische Partij geleide regering af te remmen.
Nu Komeito is vertrokken en de coalitie wordt gedragen door een partner die sterker inzet op defensie — de Japan Innovation Party — heeft Peking volgens Li minder vertrouwde “aanknopingspunten” binnen de Japanse politiek.
De consequentie is volgens hem niet dat Tokio roekeloos zal handelen, maar wel dat het sneller kan bewegen op beleid dat Peking niet zint — ook al blijft een grondwetswijziging in het Hogerhuis op obstakels stuiten.

Snellere herbewapening
De grootste verandering zit mogelijk in het tempo, niet in de richting, zegt Su Tzu-yun, directeur van het Taiwanese Instituut voor Nationaal Defensie- en Veiligheidsonderzoek.
Het Japanse defensiebeleid is volgens hem al verschoven van een “uitsluitend defensieve” opstelling naar wat hij een “proactieve verdediging” noemt — met de aanschaf van langeafstandsraketten, de ontwikkeling van capaciteiten voor tegenaanval en nauwere integratie met de Verenigde Staten en andere partners.
Veel daarvan vereist geen herziening van de Japanse grondwet, aldus Su. Het kan worden geregeld via begrotingen, besluiten van aanbesteding, operationele planning en geactualiseerde interpretaties van bestaande bevoegdheden.
Takaichi heeft die koers expliciet verwoord.
“Het is essentieel dat Japan het initiatief neemt om zijn defensiecapaciteiten fundamenteel te versterken”, zei ze tijdens de zitting van het Nationale Diet op 24 januari, waarbij zij het dreigingsbeeld koppelde aan China, Noord-Korea en Rusland.
Haar kabinet heeft inmiddels een record defensiebegroting voor het begrotingsjaar 2026 goedgekeurd — meer dan 9 biljoen yen (ongeveer 49 miljard euro) — als onderdeel van Japans vijfjarenplan om de defensie-uitgaven op te voeren tot 2 procent van het bruto binnenlands product. De uitgaven omvatten langeafstandsraketten voor “standoff”-capaciteit, drones en systemen die bedoeld zijn om aanvallen nabij Japans zuidwestelijke eilanden af te schrikken of af te slaan — een gebied dat direct van belang zou zijn bij een eventuele noodsituatie rond Taiwan.
Takaichi heeft daarnaast toegezegd de nationale veiligheidsstrategie van Japan te herzien en sneller werk te maken van het versoepelen van beperkingen op de export van wapens.

“We zullen de drie strategische documenten eerder dan gepland herzien en het veiligheidsbeleid fundamenteel versterken”, zei Takaichi tijdens een persconferentie op 9 januari. “Niemand zal een land helpen dat niet vastberaden is zichzelf te verdedigen.”
Met een tweederdemeerderheid in het Lagerhuis kan Takaichi wetsvoorstellen eenvoudiger doorvoeren, zelfs als het Hogerhuis ze probeert te blokkeren. Het Japanse Nationale Diet (het Japanse parlement) bestaat uit twee kamers en de meeste wetsvoorstellen vereisen goedkeuring van beide. Maar als het Hogerhuis een door het Lagerhuis aangenomen wetsvoorstel verwerpt of wijzigt, kan het Lagerhuis dat met een tweederdemeerderheid van de aanwezige leden alsnog doordrukken.
Begrotingen vormen een nog gunstiger geval: het Hogerhuis kan ze slechts vertragen, niet blokkeren. Als er na een maand geen overeenstemming is, krijgt de versie van het Lagerhuis automatisch voorrang.
Grondwetswijzigingen liggen anders. Takaichi zei op 9 februari dat zij “vaart wil maken” met pogingen om de grondwet te herzien — een signaal dat zij de juridische beperkingen rond de militaire rol van Japan wil hertekenen.
Maar voor een wijziging is een tweederdemeerderheid in beide kamers vereist, gevolgd door een nationaal referendum met een gewone meerderheid. Het Lagerhuis kan hier niets overrulen, wat betekent dat zij waarschijnlijk zal moeten rekenen op de volgende verkiezingen voor het Hogerhuis in 2028.
Voor Peking ligt het probleem volgens Su niet alleen bij de omvang van de Japanse defensiebegroting, maar ook bij wat die capaciteiten betekenen voor de machtsbalans rond Taiwan en de Oost-Chinese Zee.
Een Japan dat geïntegreerde lucht- en raketverdediging kan inzetten, over langere afstand kan toeslaan en met minder politieke beperkingen steun kan bieden aan Amerikaanse troepen, maakt het voor China moeilijker en duurder om Taiwan onder druk te zetten en vermindert de effectiviteit van intimidatie, zei hij.
Peking zal Japan vrijwel zeker beschuldigen van het doen herleven van militarisme, aldus Su, maar volgens hem is de directe aanjager van regionale onveiligheid eerder China’s eigen militaire opbouw en dwingende diplomatie.

Li zei dat Japan na een decennium van modernisering onder premier Shinzo Abe en diens opvolgers verschuift van het vervangen van verouderde systemen naar het uitwerken van hoe nieuwe capaciteiten kunnen worden ingezet in reële crisissituaties — vooral in scenario’s die Japans belangen bedreigen zonder dat het grondgebied direct wordt aangevallen.
Volgens hem is het de taak van Takaichi om hoogwaardige apparatuur om te zetten in geloofwaardige, beproefde afschrikking.
Meer operationele Amerikaans-Japanse alliantie
De overwinning van Takaichi versterkt ook een trend die Washington al jaren nastreeft, zei Yaita: het omvormen van de Amerikaans-Japanse alliantie van een politieke relatie tot een operationeel oorlogssysteem.
Hij verwacht dat Takaichi het defensiebudget verder zal verhogen in lijn met Trumps al langer klinkende eis dat bondgenoten meer moeten bijdragen. Ook voorziet hij dat Japan onder grotere druk komt te staan om meer verantwoordelijkheid te nemen als Trump besluit de Amerikaanse troepenaanwezigheid in Noordoost-Azië te verminderen.
Sommige structurele bouwstenen zijn al gelegd. Japan richtte in 2025 een gezamenlijk operationeel commando op om land-, zee- en luchtstrijdkrachten beter te integreren. Amerikaanse planners zijn begonnen met het versterken van hun aanweizgheid in Japan om de gevechtscapaciteit te vergroten.
Takaichi heeft aangegeven dat ze die koers wil bestendigen. Na de verkiezingen zei ze dat ze van plan is de Verenigde Staten al in maart te bezoeken en de samenwerking rond de alliantie te verdiepen, die ze als kern van Japans veiligheidsstrategie presenteert.
Voor Washington is de strategische ruil volgens Yaita eenvoudig: Japan geeft meer uit, zet meer capaciteiten in en speelt een grotere regionale rol. In ruil daarvoor behoudt de Verenigde Staten afschrikking en invloed zonder dat het zijn aanwezigheid proportioneel hoeft uit te breiden.
Li omschreef het waarschijnlijke resultaat als een herbalancering binnen de alliantie — minder een eenzijdige veiligheidsgarantie en meer een gezamenlijk operatiesysteem.

Eerste eilandketen sluit zich
De zuidwestelijke eilanden van Japan liggen dicht bij Taiwan, en een conflict rond Taiwan zou snel de zeestraten, het luchtruim en de Amerikaanse bases op Japans grondgebied bedreigen. Die geografische ligging is de reden dat het Taiwan-beleid mainstream is geworden in Japan en waarom Peking zo scherp reageert op Japanse uitspraken die de veiligheid van Taiwan koppelen aan de overleving van Japan.
Een peiling van Kyodo News tijdens de spanningen met China liet zien dat Takaichi’s goedkeuringscijfer steeg tot ongeveer 70 procent. Uit de enquête bleek ook dat het publiek nipt de Japanse collectieve zelfverdedigingsrechten steunt mocht China Taiwan aanvallen, met 48,8 procent voor en 44,2 procent tegen.
Volgens Su is het strategische doel voor Tokio, Taipei en Washington het versterken van de “verdedigingslinie” die Japan, Taiwan en de Verenigde Staten verbindt. Het uitbreiden van het netwerk van toegangsmogelijkheden en basissen langs de eerste eilandketen — inclusief nauwere coördinatie met de Filipijnen — bouwen verder aan de verdedigingslinie, zodat Amerikaanse troepen in een crisis meer opties hebben.
De eerste eilandketen — van Japan via Taiwan tot de Filipijnen — kan de Chinese strijdkrachten dichter bij de kust insluiten.
Vanuit Pekings standpunt gezien, aldus Su, is dit erger dan dat “Japan sterker wordt.” Het is een regionaal systeem waarin druk op één actor de anderen dwingt sneller te coördineren, meer inlichtingen te delen en de operationele planning aan te scherpen.
Die dynamiek beperkt volgens hem het vermogen van Peking om partners één voor één uit te schakelen en vergroot het risico dat elke dwangmaatregel een bredere coalitiereactie uitlokt.

Inlichtingen, economie, risicovermijding
Sommige van de meest ingrijpende veranderingen hebben volgens Li niets te maken met raketten. Ze draaien om invloed — het dichten van de gaten die China kan benutten via spionage, politieke beïnvloeding en economische afhankelijkheid.
Takaichi pleit voor een sterkere inlichtingenpositie en strengere bescherming van gevoelige informatie en technologie. Ze zegt een Nationaal Inlichtingenbureau te willen oprichten en de contra-inlichtingenmaatregelen aan te scherpen, deels om de samenwerking met Washington en andere veiligheidsbondgenoten te verdiepen.
Li stelt dat zonder betere bescherming van informatie, de partners van Japan voorzichtig zullen zijn met het delen van gevoelige inlichtingen vanwege het risico op lekken.
Een strakker inlichtingenapparaat van Japan zou volgens hem diepere uitwisseling van inlichtingen met de Verenigde Staten mogelijk maken — en Chinese infiltratiepogingen moeilijker en duurder.
Economische veiligheid vormt een andere frontlinie. Takaichi beschouwt geavanceerde halfgeleiders als een nationale veiligheidskwestie en heeft de ketens van chipvoorziening tot strategische prioriteit gemaakt. Enkele dagen voor de verkiezingen kondigde de Taiwanese halfgeleiderreus TSMC aan dat het van plan is geavanceerde drie-nanometer chips in Japan te produceren.
Su wees op zeldzame aardmetalen als een ander voorbeeld. Japan onderzoekt diepzeebodems bij Minamitorishima als onderdeel van een bredere poging om minder afhankelijk te worden van China’s dominantie in zeldzame aardmetalen.
Zelfs als die projecten jaren duren, geven ze volgens hem een duidelijk signaal af dat Japan het vermogen van Peking om bevoorradingsketens als wapen in te zetten, wil beperken.
Li merkte ook een stillere politieke verschuiving in Tokio op: vergeleken met tien jaar geleden zijn Japanse bedrijfsorganisaties minder zichtbaar geweest in hun pogingen om bij de regering aan te dringen om de relaties met China te “herstellen”.
Naarmate bedrijven hun toeleveringsketens diversifiëren richting Zuidoost-Azië, India en andere regio’s, is de afhankelijkheid van China afgenomen — en daarmee een van Pekings traditionele drukpunten in Japan verkleind, aldus Li.

Wat Peking het meest vreest
De meest gevoeligste kwestie — en de vraag waar Peking waarschijnlijk met de meeste spanning naar kijkt — is de nucleaire opstelling van Japan, zei Li.
Japan bevindt zich volgens Li in een uitzonderlijk kwetsbare positie: het ligt dicht bij drie nucleair bewapende staten — China, Noord-Korea en Rusland — en staat voor de realiteit dat het dat probleem niet alleen kan oplossen.
In haar beleidsrede van 24 januari noemde Takaichi alle drie en waarschuwde dat hun militaire ontwikkelingen “grote zorgen” baren.
Decennialang heeft Japan geanticipeerd met het Amerikaanse nucleaire paraplu-systeem, gecombineerd met sterke binnenlandse beperkingen tegen het huisvesten of nastreven van kernwapens. Die beperkingen blijven van kracht.
Maar met een sterker mandaat zou Tokio volgens Li opener kunnen spreken over afschrikkingopties die tussen de huidige opstelling en een ingrijpende breuk met de naoorlogse normen liggen.
Yaita zei dat “nucleaire deling” — een NAVO-achtig concept dat Abe na zijn aftreden naar voren bracht — onder Takaichi nieuwe aandacht zou kunnen krijgen. Zij heeft volgens hem een opener houding getoond om dit onderwerp te bespreken dan veel andere Japanse leiders.
Takaichi versterkte die gevoeligheid in november 2025 toen ze zei dat ze niet kon bevestigen dat Japans decennialange Drie Niet-Nucleaire Principes — geen bezit, geen productie en geen invoer van kernwapens — zouden worden gehandhaafd bij een komende herziening van de nationale veiligheidsstrategie.

Su benadrukte dat Japan al steunt op uitgebreide afschrikking — het Amerikaanse nucleaire paraplu-systeem — en zei dat “nucleaire deling” in praktische termen kan worden opgevat als hoe geloofwaardig de VS zouden terugvechten als Japan met kernwapens zou worden bedreigd.
Hij suggereerde ook dat Japan nucleair aangedreven onderzeeërs zou kunnen inzetten om verder van Chinese strijdkrachten te opereren, zonder kernwapens daadwerkelijk in bezit te hebben.
Li beschreef een andere politiek plausibele middenweg die Peking zou kunnen verontrusten: regelmatige havenbezoeken van Amerikaanse nucleaire onderzeeërs. Omdat zulke onderzeeërs kernraketten kunnen vervoeren, zou een zichtbare aanwezigheid de afschrikking versterken zonder kernwapens permanent op Japanse bodem te stationeren, waardoor Tokio kan aanvoeren dat dit in lijn blijft met binnenlandse anti-nucleaire normen.
Of dit acceptabel zou zijn binnen de principes van Japan, zou een controversieel debat kunnen worden, zei hij, maar hij acht het beter denkbaar in het nieuwe politieke klimaat van Japan.
Su zei dat Washington historisch terughoudend is geweest om bondgenoten in Oost-Azië onafhankelijke nucleaire arsenalen te laten ontwikkelen, maar dat nucleair aangedreven onderzeeërs waarschijnlijk wél zouden worden gesteund.
Voor Peking is zelfs een langdurig debat echter strategisch gezien erg kostbaar, aldus Su. Het geeft aan dat China’s militaire opbouw en dwingende houding een belangrijke buur ertoe kan dwingen taboes te heroverwegen — en naar sterkere manieren te zoeken om de Amerikaanse betrokkenheid vast te leggen.
Wereldwijde veiligheidsomgeving
Takaichi’s overwinning komt op een moment dat regionale strijdtonelen steeds meer met elkaar verbonden raken. Japan versterkt de veiligheidsbanden met Europese partners en onderhoudt nauwere betrekkingen met de NAVO, nu de oorlog in Rusland en Oekraïne landen dwingt om in samenhangende termen over Rusland en China na te denken.
Een capabeler Japan geeft Washington meer opties, zei Su. De Verenigde Staten kunnen zwaarder leunen op Japan om grotere verantwoordelijkheid te nemen in Noordoost-Azië, terwijl zij zich zelf richten op de bredere concurrentie met China.

Het kan ook Europese bondgenoten geruststellen dat de Verenigde Staten druk op Rusland kunnen uitoefenen zonder overbelast te raken — omdat een sterker Japan helpt de Indo-Pacifische zijde van de wereldkaart te stabiliseren.
Het voordeel voor de Verenigde Staten, Taiwan en andere Indo-Pacifische partners, zei Su, is een duidelijkere afschrikking: meer Japanse capaciteiten, nauwere alliantie-integratie, sterkere inlichtingensamenwerking en een regionaal netwerk dat moeilijker door Peking te intimideren of te splijten is.
Het nadeel is het risico van escalatie, zei hij. Peking kan reageren met meer militaire activiteiten nabij Japan, extra handelsbeperkingen of agressievere communicatie.
De les van deze verkiezingen, zeiden Yaita en Su, is dat tactieken zoals Peking die gebruikt, averechts kunnen werken — het versterkt de publieke opinie, ondermijnt pro-China stemmen in Japan en versnelt juist de veiligheidsverschuivingen die Peking wil tegenhouden.
Li stelde dat de keuze bij Peking ligt. Als China buren blijft behandelen als actoren die onder druk gezet moeten worden, zal dit waarschijnlijk het tegenovergestelde opleveren: een hechtere coalitie en hogere defensiebudgetten in heel Oost-Azië.
Gu Xiaohua heeft bijgedragen aan dit verslag.
Gepubliceerd door The Epoch Times (22 februari 2026): Japanese Prime Minister Not Afraid to Take On Beijing





