27 oktober 2026
Een auto staat in brand terwijl dikke zwarte rook boven Boulevard Saint-Denis in Parijs opstijgt tijdens hevige confrontaties op 17 oktober 2026, te midden van landelijke protesten van extreemlinks. Etienne Fauchaire/The Epoch Times

Chaos en geweld teisteren Frankrijk – extreemlinkse groepen bestormen gemeentehuizen en steken straten in brand

Relschoppers bestormden stadhuizen in Marseille en Lille, staken het toeristenbureau in Lyon in brand en plunderden winkels in Parijs. Er namen 550.000 mensen deel aan de protesten en 400 personen werden aangehouden.

Er vlogen al stenen en vuurwerk over Place de la République nog voordat de demonstratie van zaterdag tegen de stijgende kosten überhaupt was begonnen. Om 13.00 uur stonden honderden in het zwart geklede militanten, van wie velen hun gezicht achter maskers verborgen, tegenover de oproerpolitie op het plein. Het was het begin van een middag vol geweld dat zich over de hele hoofdstad verspreidde.

Demonstranten gooiden stenen en vuurwerk naar de politie. Die reageerde met traangas en waterkanonnen. Kort na 14.00 uur vloog midden op het plein een auto in brand. Ook fietsen, straatmeubilair en een krantenkiosk werden in brand gestoken. Plunderaars drongen een nabijgelegen supermarkt van Monoprix binnen en richtten er een ravage aan.

Honderden demonstranten scandeerden “Iedereen haat de politie”, “Revolutie” en “We zijn allemaal antifascisten”. Een andere leus was rechtstreeks tegen de president gericht: “Lodewijk XVI hebben we onthoofd. Macron: dat kunnen we opnieuw doen!” De ongeregeldheden breidden zich al snel uit tot buiten Place de la République. In de loop van de middag weken groepen af van de toegestane marsroutes en trokken ze naar Place de la Madeleine, Place Vendôme en Champs-Élysées, waar demonstraties verboden waren.

Volgens AFP hield de politie een groep tegen op korte afstand van het Élysée, de officiële residentie van de Franse president Emmanuel Macron. Aan de Boulevard Haussmann drongen plunderaars het warenhuis Galeries Lafayette binnen, in een van de drukste winkelgebieden van de stad.

In de buurt van de Opéra kwamen toeristen terecht in wolken traangas terwijl de politie en demonstranten met elkaar slaags raakten. Winkelend publiek haastte zich weg, bedrijven lieten hun metalen rolluiken zakken en in enkele van de belangrijkste winkelstraten van het centrum kwam het verkeer tot stilstand.

Gemaskerde extreemlinkse demonstranten slepen een brandende bank het kantoor van het Franse fintechbedrijf Qonto binnen in een poging om het gebouw in brand te steken tijdens gewelddadige demonstraties in Parijs op 17 oktober 2026. Etienne Fauchaire/The Epoch Times

Op sociale media waren de protesten van zaterdag tegen de stijgende kosten van levensonderhoud aangekondigd als de terugkeer van de Gele Hesjes. Deze beweging ontstond in 2018 uit verzet tegen brandstofbelastingen en groeide uit tot een bredere opstand tegen de regering van Macron.

Verschillende van de bekende gezichten van de beweging hielden echter afstand. Zij beschuldigden extreemlinkse groepen ervan de naam van de Gele Hesjes voor hun eigen politieke doeleinden te kapen.

Benjamin Cauchy, een van de bekendste gezichten van de protesten van 2018, vertelde de radiozender Europe 1 dat de extreemlinkse partij La France Insoumise (LFI) de Gele Hesjes gebruikte als “een Trojaans paard” om haar eigen agenda door te drukken.

Een andere veteraan van de beweging vertelde aan France 24 dat ze zag hoe “extreemlinks” – van de Communistische Partij tot La France insoumise – de beweging van alle kanten overnam.

Voorbode van de presidentsverkiezingen

Het geweld leidde tot scherpe veroordelingen vanuit de Franse politieke top. Premier Sébastien Lecornu beschuldigde radicaal-linkse groepen ervan aanvallen in het hele land te organiseren.

“Extreemlinkse groepen hebben het geweld in verschillende steden georganiseerd”, schreef Lecornu op X. Hij waarschuwde degenen die de onrust beschouwen als een generale repetitie voor de presidentsverkiezingen van april 2027 dat de regering niet zal wijken.

“Tegen degenen die dit geweld duidelijk willen gebruiken als een ‘opwarmertje’ voor de presidentsverkiezingen, zeg ik het volgende: we laten ons niet intimideren”, verklaarde hij. Hij beloofde wetgeving door te zetten die relschoppers verplicht de schade te vergoeden die ze veroorzaken.

Ook Macron beloofde dat de verantwoordelijken voor aanvallen op overheidsgebouwen gevolgen zouden ondervinden. Demonstranten die prefecturen hadden aangevallen en stadhuizen hadden geplunderd, zouden worden “vervolgd en bestraft”, zei hij.

Tijdens een persconferentie in de avond verklaarde Nuñez dat ongeveer 550.000 mensen hadden deelgenomen aan 110 demonstraties in heel Frankrijk, onder wie 110.000 in Parijs. De organisatoren, onder leiding van vakbond CGT en studentengroepen, schatten het landelijke aantal deelnemers op ongeveer 800.000.

Volgens Nuñez werden in het hele land ongeveer 400 mensen gearresteerd. De “zeer grote meerderheid” van hen was volwassen.

“We hebben niet te maken met een scholierenbeweging”, zei hij. Hij beschuldigde “extreemlinks en radicaal-links” ervan de demonstraties aan te grijpen om politieagenten, bedrijven en openbare gebouwen aan te vallen.

Gemaskerde extreemlinkse demonstranten gebruiken hamers om straatstenen te breken en deze naar politieagenten te gooien tijdens gewelddadige extreemlinkse demonstraties op Place de la République in Parijs op 17 oktober 2026. Etienne Fauchaire/The Epoch Times

Tijdens de onrust raakten minstens 60 politieagenten en gendarmes gewond. Twee van hen werden bewusteloos naar het ziekenhuis gebracht. Voorafgaand aan de demonstraties waren in het hele land meer dan 10.000 agenten ingezet.

Nuñez zei dat de autoriteiten “er alles aan zullen doen om de verantwoordelijken voor de plunderingen op te sporen”.

Stadhuizen aangevallen, winkels geplunderd

De taferelen in Parijs herhaalden zich in steden door het hele land. Groepen relschoppers richtten zich op gemeentelijke gebouwen, bedrijven en de politie.

In Marseille bestormden enkele tientallen demonstranten kort na 13.00 uur het stadhuis. Ze forceerden de deuren van het gebouw met uitzicht op de Oude Haven en stroomden de hal binnen.

“Dit is de Revolutie, we nemen de Bastille in”, riepen ze bij hun binnenkomst, meldde AFP. Eerder hadden relschoppers volgens de lokale prefectuur een gemeentelijk politiebureau aangevallen met rookbommen.

Het geweld verspreidde zich door de centrale winkelstraten van Marseille, waar tientallen zaken werden geplunderd. Bakkerijen, juweliers en luxewinkels waren doelwit, waaronder een boetiek van Hermès.

Een auto staat in brand onder het monument bij Porte Saint-Denis, terwijl dikke zwarte rook opstijgt boven de menigte demonstranten tijdens gewelddadige extreemlinkse protesten in Parijs op 17 oktober 2026. Etienne Fauchaire/The Epoch Times

In Lyon vuurden gemaskerde relschoppers vuurwerk af op de politie. Vervolgens plunderden ze een bijgebouw van het toeristenbureau aan Place Bellecour en staken het in brand. Volgens de prefectuur van het departement Rhône verhinderde het geweld dat brandweerlieden het brandende gebouw konden bereiken.

In Bordeaux richtten relschoppers zich op verschillende openbare gebouwen. Ze drongen de Kamer van Koophandel binnen en plunderden de officiële residentie van de prefect van Gironde. Ook winkels in het stadscentrum werden leeggeroofd. Toen het geweld zich uitbreidde, zetten de autoriteiten een gespecialiseerde politie-eenheid in.

In Lille sloegen demonstranten de glazen deuren van het stadhuis in en richtten ze binnen schade aan. Volgens de burgemeester werden ook verschillende winkels geplunderd, waaronder de Apple Store van de stad.

In Limoges leidde een aanval op het stadhuis tot een grote brand. Het vuur verspreidde zich door een vleugel van het gebouw en bereikte het dak. Ook in Nantes, Caen en Valence werden plunderingen gemeld. Daarmee werd duidelijk hoe wijdverspreid de rellen waren.

De leiders van de rechtse partij, Rassemblement National, spraken hun steun uit voor de politie en beschuldigden extreemlinks ervan de demonstraties te hebben gekaapt.

Marine Le Pen, de presidentskandidaat van de partij, zei dat legitieme maatschappelijke grieven “opnieuw gegijzeld zijn door extreemlinks”. Ze beschuldigde LFI-parlementsleden er ook van te proberen “het land in chaos te storten”.

Jordan Bardella, voorzitter van het Rassemblement National, omschreef de onrust van zaterdag als een “samensmelting van extreemlinks terrorisme en criminele groepen uit de banlieues”. Daarmee verwees hij naar de immigrantenwijken rond veel Franse steden.

Gemaskerde demonstranten plunderen een Monoprix-supermarkt gelegen aan Boulevard Saint-Denis in Parijs en slepen goederen mee, terwijl producten verspreid liggen buiten de beschadigde winkel tijdens gewelddadige demonstraties op 17 oktober 2026. Etienne Fauchaire/The Epoch Times

Jean-Luc Mélenchon, leider van LFI en kandidaat voor het presidentschap, gaf de politie de schuld van de chaos. Hij beschuldigde de leiding ervan de situatie uit de hand te hebben laten lopen.

“In Parijs heeft de absurde (politie)leiding de deur naar chaos opengezet”, schreef hij op X. Tegelijkertijd zei hij tegen zijn aanhangers dat ze zich “niet moesten mengen” in plunderingen.

De demonstraties van 17 oktober vormden een nieuwe escalatie van een protestbeweging die bijna een maand eerder was begonnen op middelbare scholen in de voorsteden van Parijs.

De protesten, die aanvankelijk tot een handvol scholen beperkt bleven, verspreidden zich onder invloed van extreemlinkse activisten over het hele land.

De gevolgen voor de veiligheidsdiensten en burgers waren al aanzienlijk voordat de rellen van zaterdag uitbraken.

Op 15 oktober verklaarde Lecornu dat sinds het begin van de beweging 937 politieagenten en gendarmes gewond waren geraakt. Daarnaast waren 248 leerlingen en 149 personeelsleden van scholen gewond geraakt.

Gepubliceerd door The Epoch Times (17 oktober 2026): Chaos and Violence Grip France as Far-Left Mobs Storm City Halls, Torch Streets