Commentaar
Vorig jaar zat ik in het publiek bij een voorstelling van Shen Yun en zag dansers gehuld in soepele zijde over het podium glijden, elk van hun bewegingen weerspiegelde iets ouds en ononderbroken..
Het theater zat vol – het was alweer een uitverkochte voorstelling, één van de duizenden voorstellingen die de afgelopen jaren over de hele wereld werden gegeven.
Na afloop gaven de mensen graag hun mening – “inspirerend,” “hoopvol,” en “ontroerend,” zeiden ze, een echo van wat ik hoorde van het publiek in Italië, Taiwan en overal waar Shen Yun optreedt. Het gaf een glimp van de bliksemsnelle opkomst en groei van Shen Yun.
Je zou denken dat zo’n impact respect zou verdienen, of op zijn minst nieuwsgierigheid. In plaats daarvan krijgt Shen Yun van sommige media snerende krantenkoppen en pogingen om Shen Yun ’te ontmaskeren’.
Sinds augustus 2024 heeft The New York Times alleen al meer dan 10 artikels over Shen Yun gepubliceerd. Verwijten over te veel uren, te streng, gefluister over “sekte” dit en “propaganda” dat.
Neem je me in de maling?
Natuurlijk, Shen Yun krijgt ook lof, veel lof. Maar de krantenkoppen proberen die lof te verdringen. En ze leiden hun lezers af van het echte verhaal, of begraven het zelfs.
Terwijl deze stukken obsessief kritiek leveren op Shen Yun, tellen onze Falun Gong broeders en zusters in China hun laatste adem – terwijl ze worden vastgehouden, gemarteld, sterven ze elke dag.
Voor ons is dit meer dan alleen een voorstelling. Het is een levenslijn.
Het is een groot Amerikaans succesverhaal, maar die media zijn te blind of te bevooroordeeld om het te zien.
Ze bewijzen daarmee een slechte dienst aan hun hun lezers – en aan de tientallen miljoenen mensen in China die lijden onder ondenkbare onderdrukking, voor wie Shen Yun een baken van hoop is.
Het China waar niet over gesproken wordt
Laat me het beeld schetsen dat ze missen.
Op dit moment worden Falun Gong beoefenaars – mensen die mediteren en streven naar eerlijkheid en vriendelijkheid – opgesloten in cellen, geslagen, uitgehongerd en gemarteld in een wijdvertakt web van gevangenissen, geheime cellen en hersenspoelcentra in heel China.
Het gebeurt op dit moment, terwijl je deze zin leest.
Sinds 1999, toen de Chinese Communistische Partij (CCP) onze beoefeningsmethode verbood, zijn de aantallen onthutsend: miljoenen opgesloten, tienduizenden gemarteld of misbruikt, duizenden doodgemarteld. En dat is nog maar wat er door de informatiewurggreep van de CCP glipt.
Erger nog, het China Tribunaal, een onafhankelijk onderzoek uit 2019 onder leiding van Sir Geoffrey Nice, oordeelde dat gedwongen orgaanroof “al jaren op grote schaal plaatsvindt in heel China”.
Het tribunaal schatte dat er 60.000 tot 100.000 orgaantransplantaties per jaar waren uitgevoerd sinds het eind van 2000 – veel meer dan de lachwekkende bewering van het regime van 10.000 transplantaties – en concludeerde dat Falun Gong gewetensgevangenen de belangrijkste bron van organen waren. Ze zijn van mening dat elk jaar tienduizenden mensen werden gedood voor hun organen.
Dat zijn de getuigenissen van overlevenden, ziekenhuisklokkenluiders en harde gegevens – geen giswerk.
Een vriend vertelde me eens dat hij zich elke nacht hun geschreeuw inbeeldde. Dat doe ik ook. En hier zijn we dan, we lezen stukken in The New York Times waarin men zich afvraagt of Shen Yun dansers, die een uitzonderlijk leven leiden in Amerika, worden onderworpen aan – en ik verzin dit niet – “body shaming”.
Het echte Shen Yun
Shen Yun is niet alleen kunst. Het is noodzaak in beweging.
Elke sprong op het podium, elke noot van het orkest, elk verkocht kaartje draagt een boodschap uit die we al tientallen jaren schreeuwen: De Chinese dictatuur is kwaadaardig en krankzinnig en een bedreiging voor ons allemaal.
Het bloed van onze familie en vrienden in China wordt vergoten terwijl wij vechten om mensen wakker te schudden in verre, meer vreedzame landen.
Deze dansers? Die maken geen overuren voor een salaris.
Ze zetten zich met gans hun zijn in voor iets groters: een kans om de wereld een schoonheid te tonen die het regime wil uitroeien, een geest van vrijheid die het wil verpletteren, een vervolging die de krantenkoppen negeren.
En ook dit is iets wat de critici missen: Shen Yun is een triomf geboren op Amerikaanse bodem, een lichtend voorbeeld van de Amerikaanse droom.
Opgericht door Chinese immigranten – goed opgeleide, beschaafde, mainstream mensen die legaal in de VS binnenkwamen – werd Shen Yun uit het niets opgebouwd. Geen overheidssubsidies, noch bedrijfssponsors om dingen op te starten. Alleen visie en lef.
Wat begon als een sprankeltje hoop is uitgegroeid tot een wereldwijd fenomeen, nu met acht rondreizende gezelschappen die de wereld rondreizen in een tijdperk van krimpende bezettingen en krappe budgetten. Overal krijgt het publiek niet genoeg van Shen Yun. Het is een bewijs van wat vrijheid en geloof mogelijk kunnen maken.
Wat The New York Times niet begrijpt
The New York Times kan zoveel uren tellen als het wil – meer dan 20 shows in de staat New York vorig seizoen, uitverkocht – maar het is blind voor waarom dit er toe doet. Dit is geen gewone job. Het is overleven en hoop.
Ik snap het, min of meer. Voor een buitenstaander ziet de gedrevenheid van Shen Yun als elite dansgezelschap er intens uit – honderden artiesten, multinationale tournees, een tempo dat niet stopt. En een groep die minder begrepen wordt dan zou moeten.
Natuurlijk houden de media van een sappige invalshoek: Zijn ze niet overwerkt? Is het niet té gedisciplineerd? Worden die jonge artiesten niet gemanipuleerd?
Maar neem een stap terug.
Onder de CCP betekent “overwerken” dwangarbeid tot je lichaam het begeeft. “Discipline” betekent stroomstoten op je huid als je je geloof niet wilt afzweren. “Gemanipuleerd” betekent dat je van school wordt gestuurd vanwege je geloof, geen onderwijs krijgt en veroordeeld wordt tot armoede alleen vanwege je identiteit.
De discipline van Shen Yun is geen uitbuiting, het is verzet.
Het is een gemeenschap die zegt, “We zullen niet breken. Het zijn artiesten die zeggen, “We willen de beste zijn, voor een groter doel. Het Chinese regime probeert ons al 25 jaar het zwijgen op te leggen en elke sprong of lach op het podium bewijst dat ze gefaald hebben.
Waarom is dat niet het verhaal? Waarom hebben we het niet over de martelkamers in plaats van over repetitieschema’s?
The New York Times heeft meerdere “onderzoeken” naar onze structuur gedaan en onze anti-autoritaire houding bekritiseerd en zelfs “politiek” genoemd. Politiek? Vertel dat maar aan de jonge danseres wiens vader verdween in een Chinese gevangenis omdat hij in zijn woonkamer mediteerde en maanden later dood was als gevolg van marteling. Vertel haar maar dat het opvoeren van verhalen door middel van dans zoals het verhaal van haar vader politiek is.
Een ander rapport gaat in op onze financiering, alsof passie, ticket verkoop en immigranten die iets opbouwden uit niets, niet voldoende zijn om een fenomeen te verklaren dat de levens van miljoenen mensen heeft geraakt.
The New York Times ziet door de bomen het bos niet meer, of misschien wil men het niet zien?
Al 25 jaar besmeurt het Chinese communistische regime Falun Gong, ons geloof, door ons het etiket “sekte” op te plakken om zo onze uitroeiing te rechtvaardigen. Xinhua, de propagandamachine van het regime, verspreidt de leugens; The New York Times neemt de melodie, met gepolijst proza over.
Zou de samenhang van deze dingen hen niet ernstig aan het denken moeten zetten? Journalistiek opereert niet in een vacuüm, zonder gevolgen.
The New York Times heeft meer tijd en inkt besteed aan het “onderzoeken” van Shen Yun’s backstage dan het ooit heeft gedaan aan het onderzoeken van een kwart eeuw marteling, opsluiting en orgaanroof – een genocide waar ze nauwelijks heeft over gerapporteerd.
Daarentegen leverde de moeizame verslaggeving van deze gebeurtenissen The Wall Street Journal een welverdiende Pulitzerprijs op. Zeker, het heeft ervoor gezorgd dat de verslaggever China niet meer binnen mag, maar de waarheid spreken tegenover deze macht is nooit gemakkelijk geweest. Immigrantenartiesten in je eigen achtertuin aanpakken is een stuk makkelijker.
De echte inzet
Het China Tribunaal in Londen legde het geformuleerd zoals het is: “Heel veel mensen zijn zonder reden een onbeschrijflijk afschuwelijke dood gestorven.”
Overlevenden uit China vertellen over bloedtesten, röntgenfoto’s en een heleboel ongewone onderzoeken in gevangenschap als voorbereiding op een slachtbank, niet op een medische gezondheidscontrole.
Dokter Enver Tohti, getuigde dat hij in een levende man had gesneden om beide nieren en de lever te verwijderen. Hij vertelde dat het bloed pulseerde terwijl het hart nog klopte.
Dat is de realiteit: Organen die uitgesneden worden om een miljardenhandel in transplant-organen te voeden, terwijl het Chinese regime, zoals gebruikelijk, alles ontkent.
Shen Yun is niet alleen entertainment – het verhoogt ons bewustzijn. Het laat een licht schijnen op dit alles en doet daarmee iets wat maar weinigen durven doen. Een goed voorbeeld: Een voormalige correspondent van The New York Times, Didi Kirsten Tatlow, getuigde voor het tribunaal dat haar poging om verslag te doen van gedwongen orgaanoogst werd onderdrukt door haar redactie van The New York Times.
In het theater heb ik het ontelbare keren gezien – toeschouwers die in tranen waren en vroegen hoe het kon dat ze niets wisten over de orgaanroof, de kampen. Een vrouw vertelde me dat ze voor het eerst in jaren weer hoop had, toen ze zag dat iets zo puur zo’n duisternis overwon.
Dat is wat The New York Times mist: Shen Yun gaat niet over ons. Het gaat over hen – de gevangenen, de mensen die gemarteld worden, de doden. En bij uitbreiding gaat het ook over jou, of je je dat nu realiseert of niet. Het bereik van het regime blijft niet in China; het zit in jouw telefoon, jouw toeleveringsketen, jouw nieuwsfeed.
Dit is niet abstract voor mij. Het is persoonlijk. Ik heb Shen Yun zien groeien van een zaadje tot een sequoia. En ik weet dat elke dag dat we ons niet uitspreken, er meer sterven. De critici zeggen dat we te politiek zijn, dat kunst niet zou moeten preken.
Maar zwijgen is ook politiek – de schaduw van de CCP ongecontroleerd laten voortkruipen terwijl wij aan onze café-latte nippen en op X scrollen.
Shen Yun is een kracht die opkomt voor het goede, die door de leugens heen snijdt, die een cultuur laat zien die de CCP zou willen uitwissen, die een geest laat zien die niet kan gedood worden.
Dat is waarom we aandringen. Daarom stoppen we niet.
We zijn in oorlog, met schoonheid en waarheid als onze wapens. Elke uitverkochte show is een gewonnen strijd.
Aan welke kant sta jij?
Dus, aan The New York Times en elke andere krant die pixels en inkt verspilt aan de vermeende tekortkomingen van Shen Yun: Jullie zitten er niet alleen naast, jullie zijn medeplichtig.
Kijk beter. Jullie tellen bomen terwijl er een bos in brand staat.
We zijn niet perfect – wie wel? – maar we vechten voor levens, niet voor krantenkoppen, en we doen onze uiterste best om goed te doen in een wereld vol problemen.
Stel je voor dat deze mediabronnen zouden worden gebruikt om de wreedheid, het onrecht en de censuur van het Chinese regime aan de kaak te stellen in plaats van hun laster te herhalen en te versterken.
Stel je voor dat de schrijvers het bloed achter de schoonheid zouden zien – levers uitgesneden in Henan, geschreeuw gedempt in Peking – of de droom van deze immigranten die deze verhalen op het wereldtoneel brengen.
We hebben geen tijd voor dit soort ophef. Onze mensen sterven. Onze wereld staat op het spel.
Shen Yun danst door, niet omdat het makkelijk is, maar omdat het dringend is.
Stap uit je bubbel en luister.
Het echte verhaal schreeuwt al de hele tijd.
Opvattingen in dit artikel zijn meningen van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs de opvattingen van The Epoch Times.
Gepubliceerd door The Epoch Times (4 maart 2025): The Media’s Shen Yun Blind Spot