maandag, 18 okt 2021

De CCP wordt 100: een eeuw van moord en bedrog

Nieuws Analyse

Opmerking van de redactie: Sommige verhalen in dit artikel bevatten schokkende informatie over foltering en andere vormen van vernederende behandeling.

De Chinese Communistische Partij (CCP), die in juli 1921 werd opgericht, heeft een eeuw lang dood en verderf gezaaid onder de Chinese bevolking.

Gewapend met de marxistische ideologie van “strijd” als leidraad, heeft de CCP tal van bewegingen gelanceerd die gericht waren tegen een lange lijst van vijandige groepen: spionnen, landheren, intellectuelen, ontrouwe ambtenaren, pro-democratische studenten, religieuze gelovigen en etnische minderheden.

Met elke campagne beoogde de Partij een “communistische hemel op aarde” te creëren. Maar keer op keer zijn de resultaten hetzelfde: massaal lijden en dood. Intussen hebben enkele elite-functionarissen van de CCP en hun families ongelofelijk veel macht en rijkdom vergaard.

Meer dan 70 jaar partijheerschappij hebben geleid tot de dood van tientallen miljoenen Chinezen en de ontmanteling van een 5.000 jaar oude beschaving.

Hoewel China de afgelopen decennia economische vooruitgang heeft geboekt, blijft de CCP een marxistisch-leninistisch regime dat erop uit is haar greep op China en de wereld te verstevigen. Miljoenen gelovigen, etnische minderheden en dissidenten worden nog steeds gewelddadig onderdrukt.

Hieronder volgt een overzicht van enkele van de belangrijkste gruweldaden die de CCP in haar 100-jarige geschiedenis heeft begaan.

Het Anti-Bolsjewistische Liga incident

Minder dan tien jaar na de oprichting van de Partij begon Mao Zedong, die toen aan het hoofd stond van een door de communisten gecontroleerd gebied in de provincie Jiangxi in Zuidoost-China, een politieke zuivering van zijn rivalen, bekend als het Anti-Bolsjewistische Liga incident. Mao beschuldigde zijn rivalen ervan te werken voor de Anti-Bolsjewistische Liga, de inlichtingendienst van de Kuomintang, China’s regeringspartij in die tijd.

Het resultaat was dat duizenden leden van het Rode Leger en van de Partij werden gedood in de zuiveringsactie.

De campagne, die een jaar duurde en in de zomer van 1930 begon, was de eerste in een reeks bewegingen onder leiding van de paranoïde leider die mettertijd alleen maar bloediger en omvangrijker werden. Het massale bloedbad duurde tot Mao’s dood in 1976.

Hoewel niet precies bekend is hoeveel leden van de CCP tijdens de campagne werden gedood, schreef de Chinese historicus Guo Hua in een artikel uit 1999 dat binnen een maand 4.400 van de 40.000 leden van het Rode Leger waren gedood, waaronder tientallen militaire leiders. Binnen een paar maanden had het CCP-comité in het zuidwesten van Jiangxi meer dan 1.000 van zijn niet-militaire leden gedood.

Aan het eind van de beweging meldde het CCP-comité van Jiangxi dat 80 tot 90 procent van de CCP-functionarissen in de regio ervan beschuldigd waren spionnen te zijn en waren geëxecuteerd.

Ook familieleden van hoge ambtenaren werden vervolgd en gedood, aldus het rapport. De martelmethoden die volgens Guo werden toegepast op CCP-leden omvatten het verbranden van hun huid, het afsnijden van de borsten van vrouwen, en bamboestokken onder hun vingernagels duwen.

Mao woont een conferentie bij over kunst en literatuur in Yan’an in 1942. (Publiek domein)

De Yan’an rectificatie beweging

Nadat Mao partijleider was geworden, startte hij in 1942 de Yan’an rectificatie beweging – de eerste ideologische massabeweging van de CCP. Vanuit de basis van de CCP in het afgelegen berggebied van Yan’an in de noordwestelijke provincie Shaanxi, gebruikten Mao en zijn loyalisten de bekende tactiek om zijn rivalen ervan te beschuldigen spionnen te zijn, om zo hoge ambtenaren en andere partijleden te zuiveren.

Alles bij elkaar werden zo’n 10.000 CCP-leden gedood.

Tijdens de beweging werden mensen gemarteld en gedwongen te bekennen dat ze spionnen waren, schreef Wei Junyi in 1998 in een boek.

“Iedereen werd een spion in Yan’an, van middelbare scholieren tot basisschoolleerlingen,” schreef Wei, die toen redacteur was van het door de staat gecontroleerde persbureau Xinhua. “Twaalfjarigen, 11-jarigen, 10-jarigen, zelfs een 6-jarige spion werd ontdekt!”

Het tragische lot van de familie van Shi Bofu, een plaatselijke schilder, werd in Wei’s boek verhaald. In 1942 beschuldigden ambtenaren van de CCP Shi er plotseling van een spion te zijn en hielden hem vast. Die nacht beroofde de vrouw van Shi, die het waarschijnlijke doodvonnis van haar man niet kon verwerken, zichzelf en haar twee jonge kinderen van het leven. Uren later vonden ambtenaren haar en de lichamen van de kinderen en verkondigden publiekelijk dat Shi’s vrouw een “diepe haat” koesterde jegens de Partij en het volk, en dus de dood had verdiend.

Een Chinese landeigenaar wordt geëxecuteerd door een communistische soldaat in Fukang, China. (Publiek domein)

Landhervorming

In oktober 1949 nam de CCP de macht in China over, en Mao werd de eerste leider van het regime. Mao mobiliseerde de armste boeren van het land om met geweld het land en andere bezittingen in beslag te nemen van degenen die als landheren werden beschouwd – veelal boeren die het beter hadden. Miljoenen stierven.

Mao werd er in 1949 van beschuldigd een dictator te zijn en hij erkende dat.

“Mijne heren, u hebt gelijk, dat is precies wat we zijn,” schreef hij, volgens China File, een tijdschrift uitgegeven door het Center on U.S.-China Relations van de Asia Society. Volgens Mao moesten de communisten aan de macht dictatoriaal optreden tegen de “loopjongens van het imperialisme”, “de klasse van landheren en de bureaucratische bourgeoisie”, en “reactionairen en hun handlangers”, die verbonden waren met de oppositiepartij Kuomintang.

Natuurlijk waren het de communisten die beslisten wie er als “loopjongen”, “reactionair” of zelfs als “landheer” zou worden aanzien.

“Veel van de slachtoffers werden doodgeslagen en sommigen doodgeschoten, maar in veel gevallen werden ze eerst gemarteld om ze hun al dan niet ingebeelde bezittingen te laten onthullen,” aldus historicus Frank Dikötter, die nauwgezet Mao’s wreedheid heeft opgetekend.

Het boek “The Bloody Red Land” uit 2019 beschrijft het verhaal van Li Man, een overlevende landheer uit het zuidwesten van China’s Chongqing. Nadat de CCP aan de macht kwam, beweerden ambtenaren dat Li’s familie 1,5 ton goud had verstopt. Dit was echter niet waar, want de familie was jaren eerder failliet gegaan door de drugsverslaving van Li’s vader.

Omdat hij geen goud had om aan de CCP te geven, werd Li tot op de rand van de dood gemarteld.

“Ze trokken mijn kleren uit en bonden mijn handen en voeten aan een paal. Daarna bonden ze een touw rond mijn genitaliën en bonden een steen aan mijn voeten,” vertelde Li. Hij zei dat ze het touw vervolgens aan een boom hingen. Onmiddellijk gutste er “bloed uit mijn navel,” zei Li.

Li werd uiteindelijk gered door een ambtenaar van de CCP die hem naar het huis van een dokter in de Chinese geneeskunde stuurde. Zelfs nadat hij ernstige verwondingen aan zijn inwendige organen en geslachtsdelen had opgelopen, beschouwde Li zichzelf nog als gelukkig. Tien andere mensen die op hetzelfde moment als Li werden gemarteld stierven allemaal. In de volgende maanden werden Li’s naaste familieleden en uitgebreide familie de één na de ander doodgemarteld.

Als gevolg van de martelingen verloor Li – hij was toen 22 jaar oud – zijn mannelijkheid. Tijdens de daaropvolgende bewegingen van de CCP zou Li nog verschillende keren gemarteld worden, wat hem zijn gezichtsvermogen kostte.

Een uitgehongerd gezin, datum onbekend (Publiek domein)

Grote Sprong Voorwaarts

In 1958 lanceerde Mao ‘de Grote Sprong Voorwaarts’ – een vier jaar durende campagne die het land moest aanzetten tot een exponentiële verhoging van de staalproductie terwijl de landbouw werd gecollectiviseerd. Het doel was, zoals Mao’s slogan luidde, om “Groot-Brittannië te overtreffen en Amerika in te halen”.

Boeren kregen de opdracht ovens in de achtertuin te bouwen om staal te maken, waardoor landbouwgrond ernstig werd verwaarloosd. Bovendien stelden overijverige plaatselijke ambtenaren, die bang waren als “achterblijvers” te worden gebrandmerkt, onrealistisch hoge oogstquota vast. Het gevolg was dat de boeren niets meer te eten hadden nadat ze het grootste deel van hun oogst als belasting hadden afgedragen.

Wat volgde was de ergste door de mens veroorzaakte ramp in de geschiedenis: de Grote Hongersnood, waarbij tientallen miljoenen mensen van 1959 tot 1961 de hongerdood stierven.

Uitgehongerde boeren zochten hun voedsel bij wilde dieren, gras, schors en zelfs kaoliniet, een kleimineraal. Extreme honger dreef velen ook tot kannibalisme.

Er zijn gevallen bekend van mensen die de lijken aten van vreemden, vrienden en familieleden, en van ouders die hun kinderen doodden voor voedsel – en vice versa.

Jasper Becker, die het Grote Sprong Voorwaarts verslag “Hongerige Geesten” schreef, zei dat Chinezen uit pure wanhoop gedwongen werden zich in te laten met het verkopen van mensenvlees op de markt, en het ruilen van kinderen zodat ze niet hun eigen kinderen zouden opeten.

In 13 provincies waren er in totaal 3.000 tot 5.000 geregistreerde gevallen van kannibalisme.

Becker merkt op dat het kannibalisme in China eind jaren ’50 en begin jaren ’60 waarschijnlijk plaatsvond “op een schaal die ongekend is in de geschiedenis van de 20e eeuw.”

De Chinese historicus Yu Xiguang vond in de jaren ’80 een archieffoto uit zijn geboortedorp in de provincie Hunan. Daarop zou een man, Liu Jiayuan, staan naast het hoofd en de botten van zijn één jaar oude zoon. Liu werd uiteindelijk geëxecuteerd voor moord.

Yu interviewde later Liu’s overlevende familieleden in de jaren 2000 om het verhaal te verifiëren. Hij schreef in een verslag: “Liu Jiayuan was extreem uitgehongerd. Hij doodde zijn zoon en kookte [het vlees tot] een grote maaltijd. Voordat hij zijn eten op had, ontdekten zijn familieleden zijn misdaad en gaven hem aan bij de politie. Daarna werd hij gearresteerd en geëxecuteerd.”

Maar liefst 45 miljoen mensen stierven tijdens de Grote Sprong Voorwaarts, volgens historicus Dikötter, auteur van “Mao’s Grote Hongersnood.”

Kaderleden van de Communistische Partij hangen een plakkaat om de nek van een Chinese man tijdens de Culturele Revolutie in 1966. De tekst op het bord vermeldt de naam van de man en beschuldigt hem ervan lid te zijn van de “zwarte klasse”. (Publiek domein)

Culturele revolutie

Na de catastrofale mislukking van de Grote Sprong Voorwaarts, lanceerde Mao, die voelde dat hij zijn greep op de macht aan het verliezen was, in 1966 de Culturele Revolutie in een poging om de Chinese bevolking te gebruiken om de controle over de CCP en het land te herwinnen. Mao creëerde een persoonlijkheidscultus en wilde “de gezagsdragers die de kapitalistische weg bewandelen verpletteren” en zijn eigen ideologieën versterken, volgens een vroege richtlijn.

Gedurende tien jaar van opgedragen chaos werden miljoenen mensen gedood of tot zelfmoord gedreven in door de staat opgedragen geweld, terwijl ijverige jonge ideologen, de beruchte Rode Gardes, door het land trokken om China’s tradities en erfgoed te vernietigen en te denigreren.

De partij moedigde mensen uit alle lagen van de bevolking aan om collega’s, buren, vrienden en zelfs familieleden te verklikken die als “contrarevolutionairen” – mensen met politiek incorrecte gedachten of gedragingen – bestempeld werden.

De slachtoffers, onder wie intellectuelen, kunstenaars, ambtenaren van de CCP en anderen die als “klassenvijanden” werden beschouwd, werden onderworpen aan rituele vernedering door middel van “strijd sessies” – openbare bijeenkomsten waar de slachtoffers gedwongen werden hun vermeende misdaden toe te geven en fysiek en verbaal geweld van de menigte te verduren, voordat ze werden vastgezet, gemarteld en naar het platteland gestuurd voor dwangarbeid.

De traditionele Chinese cultuur en tradities waren een direct doelwit van Mao’s campagne om de “Vier Oude” uit te roeien – oude gebruiken, oude cultuur, oude gewoonten en oude ideeën. Als gevolg daarvan werden ontelbare culturele relikwieën, tempels, historische gebouwen, standbeelden en boeken vernietigd.

Zhang Zhixin, een elitemedewerker van de CCP die werkzaam was in het provinciebestuur van Liaoning, was één van de slachtoffers van de campagne. Volgens een verslag van de Chinese media na de Culturele Revolutie, deed een collega in 1968 aangifte tegen Zhang nadat zij tegen die collega had gezegd dat zij sommige acties van de CCP niet begreep. De 38-jarige werd vervolgens vastgehouden in een plaatselijk opleidingscentrum voor partij-kaderleden, waar meer dan 30.000 personeelsleden van de provinciale regering werden vastgehouden.

Tijdens haar detentie weigerde ze toe te geven dat ze iets verkeerd had gedaan en bleef ze bij haar politieke opvattingen. Ze was zeer loyaal aan de Partij, maar was het niet eens met een aantal van Mao’s beleidslijnen. Ze werd naar de gevangenis gestuurd.

Daar leed Zhang verschrikkelijk omdat ambtenaren haar probeerden te dwingen haar standpunten op te geven. Gevangenisbewakers gebruikten ijzerdraad om haar mond open te houden en duwden er dan een vuile dweil in. Ze bonden haar handen achter haar rug en hingen een blok ijzer van 40 pond aan de kettingen. Provinciale CCP-functionarissen rukten zelfs al haar haar uit, en bewakers regelden vaak dat mannelijke gevangenen haar in groep verkrachtten.

Zhang probeerde zelfmoord te plegen maar slaagde daar niet in, waardoor de gevangenisbeambten hun controle verscherpten. Haar man werd ook gedwongen van haar te scheiden. Begin 1975 was Zhang krankzinnig geworden. In april van dat jaar werd ze geëxecuteerd door een vuurpeloton. Voordat ze werd doodgeschoten, sneden de gevangenisbewakers haar luchtpijp door om haar het zwijgen op te leggen. Ze stierf op 45-jarige leeftijd.

Tijdens Zhangs gevangenschap werden haar man en twee jonge kinderen gedwongen hun relatie met haar te verbreken. Toen ze hoorden van haar dood, durfden ze niet eens te huilen uit angst dat ze gehoord zouden worden door buren die hen zouden aanklagen voor het koesteren van wrok tegen de Partij.

De rampzalige beweging eindigde in oktober 1976, minder dan een maand na Mao’s dood.

De erfenis van de Culturele Revolutie gaat volgens Dikötter veel verder dan de verwoeste levens.

“Het is niet zozeer de dood die de Culturele Revolutie kenmerkte, het was het trauma,” vertelde hij in 2016 aan NPR.

“Het was de manier waarop mensen tegen elkaar werden opgezet, verplicht werden om familieleden, collega’s, vrienden aan te geven. Het ging over verlies, verlies van vertrouwen, verlies van vriendschap, verlies van geloof in andere mensen, verlies van voorspelbaarheid in sociale relaties. En dat is de echte stempel die de Culturele Revolutie heeft achtergelaten.”

Een jong verweesd Chinees meisje zit in een wieg in een pleegzorgcentrum in Beijing op 2 april 2014. (Kevin Frayer/Getty Images)

Eén-kind beleid

In 1979 lanceerde het regime de “één-kind-politiek”, die koppels verbood om meer dan één kind te krijgen, in een campagne die ogenschijnlijk bedoeld was om de levensstandaard te verhogen door de bevolkingsgroei te beteugelen. Het beleid leidde tot wijdverbreide gedwongen abortussen, gedwongen sterilisaties en kindermoord. Volgens gegevens van het Chinese ministerie van Volksgezondheid, geciteerd door de Chinese staatsmedia, werden er van 1971 tot 2013 336 miljoen abortussen uitgevoerd.

Xia Runying, een dorpsbewoner uit de provincie Jiangxi die te maken kreeg met gedwongen sterilisatie, schreef in 2013 in een openbare brief dat haar familie had gevraagd om de operatie uit te stellen vanwege haar slechte gezondheid. De plaatselijke ambtenaar zei echter dat ze de operatie zouden uitvoeren, zelfs als ze met touwen moest worden vastgebonden.

Na de operatie begon ze bloed te plassen en hoofd- en maagpijn te krijgen. Later kon ze niet meer werken.

Het regime heeft in 2013 het één-kind-beleid afgeschaft en stond toen twee kinderen toe. Op 31 mei kondigde het aan dat gezinnen drie kinderen mogen krijgen.

Een meisje dat gewond is geraakt tijdens de botsing tussen het leger en studenten op 4 juni 1989, in de buurt van het Plein van de Hemelse Vrede, wordt op een kar naar buiten gedragen. (MANUEL CENETA/AFP/Getty Images)

Bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede

Wat begon als een studentenbijeenkomst om te rouwen om de dood van de hervormingsgezinde voormalige Chinese leider Hu Yaobang in april 1989, veranderde in de grootste protesten die het regime ooit had gezien. Universiteitsstudenten die op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking bijeenkwamen, vroegen de CCP de ernstige inflatie onder controle te krijgen, de corruptie van ambtenaren in te dammen, verantwoordelijkheid te nemen voor fouten uit het verleden en een vrije pers en democratische ideeën te steunen.

Tegen mei hadden studenten uit heel China en inwoners van Peking uit alle lagen van de bevolking zich bij het protest aangesloten. Overal in het land ontstonden soortgelijke demonstraties.

De leiders van de CCP gingen niet in op de verzoeken van de studenten.

In plaats daarvan gaf het regime het leger de opdracht het protest de kop in te drukken. Op de avond van 3 juni rolden tanks de stad binnen en omsingelden het plein. Vele ongewapende demonstranten werden gedood of verminkt nadat ze door tanks waren verpletterd of door soldaten waren neergeschoten die zonder onderscheid op de menigte schoten. Naar schatting zijn duizenden mensen omgekomen.

Lily Zhang, die hoofdverpleegster was in een ziekenhuis in Beijing op 15 minuten lopen van het plein, vertelde The Epoch Times over het bloedvergieten van die nacht. Ze werd wakker van het geluid van geweervuur en haastte zich op de ochtend van 4 juni naar het ziekenhuis nadat ze van het bloedbad had gehoord.

Ze was geschokt toen ze in haar ziekenhuis aankwam en een “oorlogszone-achtige” scène aantrof. Een andere verpleegster vertelde haar snikkend dat de plas bloed van gewonde demonstranten “een rivier vormde in het ziekenhuis”.

In Zhang’s ziekenhuis waren er minstens 18 gestorven tegen de tijd dat ze de faciliteit werden binnengedragen.

De soldaten gebruikten “dum-dum” kogels, die uitzetten in het lichaam van het slachtoffer en verdere schade toebrachten, zei Zhang. Velen liepen ernstige verwondingen op en bloedden zo hevig dat het “onmogelijk was hen te reanimeren”.

Aan de poort van het ziekenhuis vertelde een zwaargewonde verslaggever van de China Sports Daily, een staatsbedrijf, aan de twee gezondheidswerkers die hem droegen dat hij “zich niet had kunnen voorstellen dat de Chinese Communistische Partij echt het vuur zou openen”.

“Ongewapende studenten en burgers neerschieten – wat is dat voor een regeringspartij?” waren zijn laatste woorden, herinnerde Zhang zich.

De toenmalige Chinese leider Deng Xiaoping, die opdracht gaf tot het bloedige optreden, werd een maand voor het bloedbad in mei 1989 in een Brits regeringskabinet geciteerd met de woorden dat “tweehonderd doden China 20 jaar vrede zouden kunnen brengen”.

Tot op de dag van vandaag weigert het regime het aantal slachtoffers van het bloedbad of hun namen bekend te maken en doet het alles wat het kan om informatie over het incident achter te houden.

Twee politieagenten in burger arresteren een Falun Gong beoefenaar op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking, op 31 december 2000. (Minghui.org)

Vervolging van Falun Gong

Een decennium later besloot het regime opnieuw een bloedige onderdrukking door te voeren.

Op 20 juli 1999 begonnen de autoriteiten een grootscheepse campagne tegen de naar schatting 70 tot 100 miljoen beoefenaars van Falun Gong, een spirituele praktijk die meditatieve oefeningen en morele leringen omvat rond de waarden van waarachtigheid, mededogen en verdraagzaamheid.

Volgens het Falun Dafa Informatiecentrum, een website voor Falun Gong-gerelateerde informatie, zijn miljoenen beoefenaars ontslagen van hun baan, van school gestuurd, gevangen gezet, gemarteld of gedood, alleen maar omdat ze weigerden hun geloof op te geven.

In 2019 bevestigde een onafhankelijk volkstribunaal in Londen dat het regime gedwongen orgaanoogst had uitgevoerd “op een aanzienlijke schaal” en dat gevangen Falun Gong beoefenaars “waarschijnlijk de voornaamste bron” waren.

He Lifang, een 45-jarige Falun Gong beoefenaar uit Qingdao, een stad in de provincie Shandong, stierf nadat hij twee maanden in hechtenis had gezeten. Zijn familieleden zeiden dat er incisies waren op zijn borst en rug. Volgens Minghui.org – een website die fungeert als ‘clearinghouse’ voor verslagen over de vervolging van Falun Gong- zag zijn gezicht eruit alsof hij pijn had en had hij wonden over zijn hele lichaam.

Een omheining wordt gebouwd rond wat officieel bekend staat als een opleidingscentrum voor beroepsvaardigheden in Dabancheng, provincie Xinjiang, China, op 4 sept. 2018. (Thomas Peter/Reuters)

Onderdrukking van religieuze en etnische minderheden

Om zijn heerschappij te handhaven, heeft het CCP-regime een groot aantal etnische Han-Chinezen overgebracht naar Tibet, Xinjiang en Binnen-Mongolië, waar etnische groepen leven met hun eigen culturen en talen. Het regime dwong plaatselijke scholen het Mandarijn-Chinees als officiële taal te gebruiken.

In 2008 protesteerden Tibetanen om uiting te geven aan hun woede over de controle van het regime. Als reactie daarop zette het regime de politie in. Honderden Tibetanen werden gedood.

Sinds 2009 zijn meer dan 150 Tibetanen tot zelfverbranding overgegaan, in de hoop dat hun dood een einde zou maken aan de strenge controle van het regime in Tibet.

Het regime wordt ervan beschuldigd In Xinjiang genocide te hebben gepleegd op Oeigoeren en andere etnische minderheden, onder meer door een miljoen mensen vast te houden in geheime kampen voor “politieke heropvoeding”.

Vorig jaar heeft het regime in Peking een nieuw beleid ingevoerd dat voorschrijft dat op sommige scholen in Binnen-Mongolië uitsluitend Mandarijn-Chinees wordt onderwezen. Toen ouders en leerlingen protesteerden, werden zij bedreigd met arrestatie, opsluiting en verlies van hun baan.

Het regime gebruikt ook een bewakingssysteem om etnische groepen in de gaten te houden. In Tibetaanse kloosters zijn bewakingscamera’s geplaatst, en in Xinjiang worden biometrische gegevens verzameld.

Eva Fu, Jack Phillips, Leo Timm, en Cathy He hebben bijgedragen aan dit verslag.

Nicole Hao is een in Washington gevestigde verslaggeefster die zich richt op China-gerelateerde onderwerpen. Voordat ze in juli 2009 bij de Epoch Media Group kwam, werkte ze als global product manager voor een spoorwegbedrijf in Parijs, Frankrijk.

Origineel gepubliceerd door The Epoch Times (30 juni 2021): CCP at 100 Years: A Century of Killing and Deceit

Howard Pyle: De lessen van een illustrator

Ik geef nu al meer dan tien jaar les aan de universiteit, en ik vraag me regelmatig af, wat maakt een goede leraar? Ik concludeer dan vaak dat een moreel karakter de belangrijkste kwaliteit van een leraar is.

Maar goede leraren dringen hun morele opvattingen niet op aan hun leerlingen. In plaats daarvan geloof ik dat een goede leraar, leerlingen inspireert om empathisch maar kritisch te denken. Goede leraren stellen zichzelf ten dienste van de onderwerpen die zij onderwijzen. Met deze kwaliteiten kan iedereen een leraar zijn, die een goed voorbeeld geeft.

De 19e-eeuwse illustrator Howard Pyle – vaak beschouwd als de vader van de Amerikaanse illustratie – kan voor ons een voorbeeld zijn van een goede leraar.

Amerikaanse illustrator Howard Pyle (1853-1911). Universiteit van Pittsburgh Digitale Bibliotheek. (PD-US)

Howard Pyle

We zullen het leven van Howard Pyle als kunstenaar, illustrator en leraar introduceren aan de hand van het boek “Howard Pyle” van Lucien L. Agosta.

Pyle werd in 1853 in Delaware geboren als kind van Quakers. Zijn moeder had een belangrijke invloed op zijn latere artistieke carrière. Zij had zelf onbeantwoorde artistieke en literaire aspiraties en bracht haar kinderen in contact met zoveel mogelijk prenten en kinderverhalen als ze kon.

Pyle deed het niet goed op school; hij tekende en luisterde liever naar verhalen. Hij leerde meer thuis, door te lezen in de collectie kinderboeken van zijn moeder. Toen Pyle 16 jaar oud was, haalden zijn ouders hem van school en lieten hem privélessen volgen om hem voor te bereiden op de universiteit. Pyle deed het echter ook niet goed met deze privélessen. Uiteindelijk besloten zijn ouders hem les te laten volgen bij een academisch schilder en leraar genaamd Francis Van der Weilen. Deze ervaring zou de enige formele opleiding in de kunst zijn voor Pyle.

Rond de leeftijd van 23 jaar begon hij korte verzen en illustraties naar New York te sturen om te laten publiceren. Tot zijn verbazing werden zijn inzendingen geaccepteerd, en werd hij betaald voor zijn illustraties. Hij bedacht dat hij wel eens een succesvolle carrière als illustrator zou kunnen hebben.

Op zakenreis naar New York ging de vader van Pyle, namens zijn zoon, langs bij het kantoor van Scribner’s Monthly. Naar aanleiding van deze ontmoeting kreeg Pyle een baan in New York aangeboden bij Scribner’s Monthly, die hij accepteerde. Nadat hij naar New York verhuisd was, had Pyle echter verschillende artistieke tegenslagen. Aanvankelijk was hij niet zo succesvol als hij had gedacht dat hij zou zijn. Hij werd onzeker over zijn artistieke talent. Maar hij weigerde op te geven en besloot naar de New York Art Students League te gaan om zijn tekenvaardigheden te verbeteren.

In 1876 ging hij werken voor Harper and Brothers in New York, maar het was pas eind 1877, dat Pyle zijn grote doorbraak daar zou krijgen. Door bij een vergadering met Charles Parsons, de art director van het bedrijf, te vragen of hij een illustratie voor publicatie zelf mocht afmaken. In plaats van het over te dragen aan één van de meer ervaren illustratoren.

“Thomas Jefferson Schrijft de Onafhankelijkheidsverklaring’, circa 1898, door Howard Pyle. Delaware Art Museum. (Publiek domein)

Parsons stemde met tegenzin hiermee in en Pyle besteedde zes weken aan het uitwerken van zijn illustratie. Niet alleen werd zijn illustratie goedgekeurd, maar het werd ook een dubbele pagina in Harper’s Weekly. Deze gebeurtenis zou het keerpunt in zijn carrière worden.

Met hard werken en doorzettingsvermogen werd Pyle uiteindelijk een succesvol illustrator en één van de meest gevraagde illustratoren in New York.

Hij maakte honderden illustraties voor Parsons en begon kinderboeken te schrijven en te illustreren zoals de boeken waarmee zijn moeder hem vertrouwd had gemaakt toen hij jong was. Tussen “1883 en 1888 publiceerde Pyle zes kinderboeken, waarvan er vier onvergetelijke meesterwerken waren,” zegt Agosta.

Met zijn illustraties van de Amerikaanse geschiedenis verwierf Pyle ook het respect en de bewondering van de Amerikaanse presidenten Woodrow Wilson en Theodore Roosevelt.

Lesgeven

Het was pas in 1894 dat Pyle besloot les te gaan geven. Daarmee begon hij les te geven in een periode die zou uitgroeien tot de Gouden Eeuw van de Amerikaanse Illustratie.

“Door te besluiten les te gaan geven, wilde Pyle meer doen dan alleen de vaardigheden die hij zo zorgvuldig had verworven, te delen met jongere kunstenaars. Hij was altijd bezig om de kwaliteit van de Amerikaanse illustratie te verhogen… hij zette zich in voor een nationale kunst die gekenmerkt werd door het gebruik van Amerikaanse methoden om Amerikaanse onderwerpen af te beelden,” zegt Agosta.

Pyle onderwees volgens twee principes: mentale projectie en originele compositie. Mentale projectie bestond uit “het vermogen om de aard van de scène fantasierijk in beeld te brengen”.

Om tot een originele compositie te komen, moedigde hij de leerlingen aan hun schilderijen zo samen te stellen dat hun artistieke bedoelingen fris en krachtig op de toeschouwer overkwamen.

De leraar die geeft

In eerste instantie bood Pyle aan om les te geven aan de Pennsylvania Academy of Fine Arts in Philadelphia. Deze instelling wees hem af, met als argument dat het een school was voor schone kunsten en niet voor illustratie. In plaats daarvan ging Pyle lesgeven aan het Drexel Institute of Art, Science, and Industry.

Hier presteerde hij zo goed als leraar, dat de Drexel administratie besloot, om onder zijn leiding, deze lessen uit te breiden tot een School voor Illustratie – de eerste school in zijn soort. Al snel werd Pyle overspoeld met een groot aantal studenten die basisonderricht in illustratie nodig hadden.

Maxfield Parrish was één van de succesvolle studenten van Howard Pyle. “The Lantern Bearers,” 1910, door Maxfield Parrish. Olieverf op doek gemonteerd op karton; 40 inches bij 32 inches. Crystal Bridges Museum of American Art. (Publiek Domein)

Volgens Jeff A. Menges, was Pyle zo gefrustreerd door het gebrek aan inzet van veel studenten, dat hij de Drexel administratie vroeg om een zomercursus te organiseren. Hiervoor zou hij zorgvuldig studenten uitkiezen die het met zijn manier van lesgeven, het beste zouden doen. Hij bood ook aan deze lessen gratis te geven.

De Drexel administratie stemde toe, en Pyle wist zijn onderwijsmethode vlug in te voeren. Hij zei dat zijn studenten in twee maanden zomeronderwijs meer vooruitgang boekten dan in een jaar regulier onderwijs.

Na zes jaar les te hebben gegeven, besloot Pyle ontslag te nemen bij Drexel en zijn eigen kunstacademie te openen – de Howard Pyle School of Art. In de loop van zijn onderwijscarrière nam hij ongeveer 200 studenten aan en vroeg deze nooit om geld. In plaats daarvan leefde hij van wat hij verdiende met zijn illustraties.

Pyle inspireerde door zijn ruimhartige manier van lesgeven enkele van de grootste Amerikaanse illustratoren van de 20e eeuw, waaronder Maxfield Parrish, Jessie Wilcox Smith en N.C. Wyeth.

Volgens Agosta hadden meerdere studenten van Pyle alleen maar lof voor hun leraar. Maxfield Parrish zei het volgende over hem:

“Het waren niet zozeer de feitelijke dingen die hij ons leerde, als wel het contact met zijn persoonlijkheid die er echt toe deden. Op de een of andere manier, na een gesprek met hem, voelde je je geïnspireerd om erop uit te gaan en grootse dingen te doen, en je vroeg je af op welke magische manier hij dat deed.”

N.C. Wyeth prees ook de manier waarop Pyle les gaf:

” Wyeth schreef … dat Pyle zijn leerlingen het leven en de kunst van een andere kant liet zien … Wyeth beschreef zijn eerste compositie lezing van Pyle als ‘het opende mijn ogen meer dan welke lezing ook, die ik ooit gehoord had'”.

N.C. Wyeth was een leerling van Howard Pyle. “Titelpagina van ‘De jongenskoning Arthur’, 1917, door N.C. Wyeth. Olieverf op doek, 32 5/8 inch bij 22 9/16 inch. De Andrew en Betsy Wyeth collectie. (Publiek Domein)

Lessen voor het leven

De liefde van Pyle voor kunst fascineert me. Hij was bereid gratis les te geven aan studenten die zich wilden toeleggen op een leven als illustrator.

Op grond van zijn onderwijsmethoden en de manier waarop hij zijn leven leefde, geloof ik dat een leven als illustrator om bepaalde karaktereigenschappen vraagt.

Ten eerste moet een illustrator verbeeldingskracht hebben. Ik denk niet dat Pyle met verbeeldingskracht bedoelde, het veranderen van de werkelijkheid om eigenzinnig of origineel te zijn. In plaats daarvan zei hij: “Mijn vrienden vertellen me … dat mijn tekeningen eruit zien alsof ik in die tijd geleefd heb.” En hij vertelde zijn studenten: “Projecteer je geest in het onderwerp totdat je er echt in leeft… Gooi je hart in de afbeelding en spring er dan achteraan.”

Voor mij is deze les in illustreren ook een les in empathie. Het vraagt de leerlingen om buiten zichzelf te treden en te bedenken hoe ergens of iemand anders eruit ziet, hoe iemand zich voelt, hoe iemand denkt, enzovoort.

Ten tweede, de illustrator moet effectief empathie overbrengen door middel van de compositie. Illustratoren moeten steeds weer buiten zichzelf treden om te bedenken hoe de kijker de illustratie het best zal ervaren en begrijpen. Op deze manier wordt bij elk nieuw werk twee keer empathie toegepast.

Ten derde, illustratoren geven van zichzelf, niet alleen hun beelden maar ook een paar van de meest kostbare dingen die ze bezitten: hun tijd en hun inspanningen.

Met andere woorden, de illustrator moet voortdurend rekening houden met anderen.

Op welke manier kunnen we ons andere plaatsen en tijden voorstellen als een vorm van empathie? Hoe kunnen we meer empathisch zijn in de manieren waarop we communiceren met de mensen om ons heen? Wat kunnen we doen om de mensen om ons heen op te beuren en aan te moedigen?

Kunstgeschiedenis is een verhaal dat zich eindeloos ontvouwt. Het is ook ons verhaal, het verhaal van het menselijk ras. Elke generatie kunstenaars beïnvloedt hun cultuur met hun kunstwerken en de keuzes die ze maken in het leven. Deze serie wil verhalen uit de kunstgeschiedenis delen die ons aanmoedigen om onszelf af te vragen hoe we meer oprechte, zorgzame en geduldige menselijke wezens kunnen zijn.

Origineel gepubliceerd door The Epoch Times (19 juni 2021): Howard Pyle: An Illustrator’s Lessons

Van duif tot havik: de gouverneur van Nebraska trekt lessen uit de omgang met CCP

Aan het stuur van de staat Nebraska heeft Gov. Pete Ricketts de deuren geopend voor de wereldmarkten om toegang te krijgen tot de overvloedige producten van zijn staat. Van rundvlees van topkwaliteit dat wordt gefokt op de weelderige weiden van de Great Plains tot de toonaangevende agro-technologie die de teelt van gewassen over de hele wereld ondersteunt, Nebraska heeft voor miljarden dollars aan producten geëxporteerd, waarvan een groot deel naar Oost-Azië.

Het leek Ricketts logisch om in 2016 een handelsmissie naar China te leiden in een poging om de markt nog verder uit te breiden.

Wat er tijdens de reis, en in de daaropvolgende jaren, gebeurde, bezorgde de Republikein echter een ruw ontwaken.

China begon zich in de jaren zeventig open te stellen voor buitenlandse handel, nadat de dood van Mao Zedong een einde had gemaakt aan de verschrikkingen van de Culturele Revolutie, die het land op de rand van de economische ineenstorting had achtergelaten. Beetje bij beetje ontwikkelde het communistische regime een geraffineerde aanpak om buitenlandse ambtenaren en zakenlieden in te palmen.

Ricketts werd met open armen ontvangen en overladen met overdadige teksten in de door de staat gecontroleerde media.

Hij kwam er echter achter dat de economische hervormingen van het land politiek bedrog inhielden. Zoals de voormalige leider van de Chinese Communistische Partij (CCP) Deng Xiaoping het uitdrukte, was de strategie “zeg rechts, ga links”.

Ricketts realiseerde zich al snel dat het regime nooit geïnteresseerd was in een relatie te goeder trouw.

“Terwijl we daar waren, gebeurden er enkele zeer verontrustende dingen,” vertelde hij The Epoch Times in een exclusief interview.

“Leden van onze delegatie werden op een zeer onhandige manier gevolgd,” zei hij. “Het was heel duidelijk dat we in de gaten werden gehouden.”

Eén lid van de delegatie was in het bijzonder het doelwit. Op een dag, toen hij ’s avonds terugkeerde naar zijn hotelkamer, ontdekte hij dat zijn harde schijf was gestolen, zei Ricketts.

Het incident maakte de gouverneur duidelijk tot welk niveau de CCP zich zou verlagen om handelsgeheimen te stelen.

Nebraska Gov. Pete Ricketts (L) spreekt over het “30 x 30” plan van de regering Biden, in de Generations Barn in Pickrell, Neb., op 24 juni 2021. (Petr Svab/The Epoch Times)

Toen president Donald Trump aantrad, gevolgd door een groep China-haviken zoals Peter Navarro, verharde Amerika’s beleid ten opzichte van de CCP.

“President Trump veranderde zijn handelsbeleid om echt te proberen een gelijk speelveld voor ons in China te krijgen,” zei Ricketts.

Trump wilde een handelsovereenkomst met China die een litanie van klachten en oneerlijke praktijken zou aanpakken, van valutamanipulatie tot handelsbarrières en diefstal van intellectueel eigendom.

Terwijl de onderhandelingen traag vorderden, voerde Trump geleidelijk de druk op door golf na golf van invoertarieven op te leggen voor Chinese goederen. China reageerde met zijn eigen tarieven, maar omdat het veel minder uit de Verenigde Staten importeert, hadden de maatregelen van de CCP minder effect.

Om zijn vergelding te laten escaleren, ging de CCP specifiek achter sectoren aan waarin Trump sterke steun genoot – landbouw en veeteelt.

“Ik denk dat hun filosofie was: laten we de autoriteit van de president ondermijnen in het Midwesten, waar veel van zijn basis ligt”, aldus Ricketts.

De zet “werkte volledig averechts,” zei hij.

“Ik bedoel, boeren en veeboeren, hoewel ze niet blij waren dat de vraag naar hun goederen daalde, zijn patriottisch en steunden volledig het standpunt van de president om een harde houding aan te nemen ten opzichte van de CCP over handelskwesties.”

Dat is wat voor Ricketts de doorslag gaf.

“Dat hele gebeuren begon me echt bewust te maken van wat de CCP deed met betrekking tot handel,” zei hij.

Een landbouwtechnicus voor een tractor op een boerderij ten zuiden van Lincoln, Neb., op 24 juni 2021. (Petr Svab/The Epoch Times)

Rond dezelfde tijd werd Ricketts zich steeds meer bewust van de binnenlandse misbruiken van de CCP, vooral toen informatie over de gruweldaden tegen de Oeigoerse bevolking in de regio Xinjiang de Amerikaanse mainstream begon te bereiken.

De escalerende vervolging van de overwegend islamitische etnische minderheid door de CCP – oa door het gebruik van interneringskampen, marteling en hersenspoeling – heeft aanzienlijke media-aandacht gekregen en in het Westen vrijwel unanieme verontwaardiging teweeggebracht. In sommige opzichten lijkt het ook te hebben geholpen de aandacht te vestigen op andere groepen die al lang door de CCP worden vervolgd, waaronder huischristenen, aanhangers van Falun Gong en pro-democratie-activisten.

Ricketts zei dat hij van mening is dat de betrekkingen met China holistisch moeten worden benaderd, waarbij niet alleen rekening moet worden gehouden met de handel, maar ook met de implicaties voor de nationale veiligheid en de mensenrechten.

Maar zelfs als men zich alleen op de handel zou richten, “waren ze in het algemeen geen consistente handelspartner,” zei hij.

“Het zal altijd afhankelijk zijn van wat hun politieke agenda zal zijn,” zei hij. “De Chinese markt is geen open markt. Het is geen vrije markt.”

Uiteindelijk concludeerde hij dat Nebraska zich moet losmaken van de afhankelijkheid van de Chinese markt.

“We wisten dat we moesten diversifiëren, weg van de markten die de CCP ging controleren,” zei hij.

Wat volgde was een reeks beslissingen om de invloed van de CCP in Nebraska te beperken.

Ricketts verplaatste het handelskantoor van de staat van Shanghai naar Duitsland. Hij drong er bij de Universiteit van Nebraska-Lincoln op aan zich te ontdoen van het door de CCP gecontroleerde Confucius Instituut, wat ook gebeurde. Hij verbood de staatsregering zaken te doen met aan de CCP gelieerde entiteiten. Ook verbood hij de Chinese social media-app TikTok op overheidsapparatuur.

Amerikaanse bedrijven moeten wel twee keer nadenken over zakendoen in China, suggereerde hij, gezien bijvoorbeeld de wet van de CCP dat alle gegevens die in het land zijn opgeslagen ter beschikking van het regime moeten worden gesteld.

“Het baart mij als Amerikaan grote zorgen dat zoveel bedrijven op Wall Street in China blijven investeren, want nogmaals, ze moeten weten dat alles wat ze daar doen niet meer van hen is,” zei hij.

Nebraska Gov. Pete Ricketts (2e R) met inwoners die ontsnapten aan de communistische onderdrukking (24 juni 2021). Ricketts riep juli uit tot Herdenkingsmaand voor Slachtoffers van het Communisme. (Petr Svab/The Epoch Times)

Bedrijven moeten een meer langetermijnstrategie aannemen, voegde hij eraan toe.

“Veel beursgenoteerde bedrijven worden van kwartaal tot kwartaal gedreven door winst. Daardoor zijn ze meer gericht op de korte termijn dan op de langere termijn,” zei hij.

“De Chinese regering is zeer langetermijngericht. Xi Jinping [de leider van de CCP], heeft gepland dat het regime in 2049 de wereldwijde supermacht zal zijn, en dat is een langetermijnplan. En wij hier in Amerika moeten meer op de lange termijn gaan denken. We moeten het groter plaatje zien.”

Nebraska blijft exporteren naar China, voor ongeveer een miljard dollar in 2019, voor een groot deel dankzij Trump’s “Phase One” handelsovereenkomst die China verplichtte Amerikaanse producten te kopen. Ricketts is echter niet van plan om nog meer handelsmissies te organiseren. In plaats daarvan zou hij graag meer export zien naar de opkomende Zuidoost-Aziatische landen en naar betrouwbare partners als Japan en Duitsland.

“We zouden hoe dan ook hebben willen diversifiëren,” zei hij. “En ik denk dat toen de president zijn handelsbesprekingen voerde, dat ons echt heeft geholpen om alle dingen te zien waar de CCP van ons profiteerde en dat het ons heeft geholpen om die stap te zetten om te proberen andere markten te vinden.”

Origineel gepubliceerd door The Epoch Times (29 juni 2021): From Dove to Hawk: Nebraska Governor Explains Lessons From Dealing With CCP

Tijdloze wijsheid: reflecties over vlag en land

Als Memorial Day, D-Day en 4 juli in aantocht zijn, denk ik vaak aan de woorden van John Adams: “Onthoud echter, dat vrijheid op alle mogelijke manieren moet worden ondersteund. Wij hebben er recht op, ontleend aan onze Maker. Maar als we dat niet hadden, hebben onze vaders het voor ons verdiend en gekocht, ten koste van hun gemak, hun landgoederen, hun plezier en hun bloed.”

Telkens als ik denk aan de mannen en vrouwen die hun bloed hebben vergoten voor de vrijheid en veiligheid van mijn familie, mijn vrienden en mijzelf, moet ik ook denken aan de krachtige woorden van Jezus: “Niemand heeft grotere liefde dan deze, dat een man zijn leven geeft voor zijn vrienden.”

Nu wij, Amerikanen, officieel aan het zomerseizoen beginnen, kan het gemakkelijk zijn om te vergeten wat zo weinigen hebben betaald terwille van zovelen, waardoor wij zulke voorrechten kunnen genieten, zelfs in deze zorgelijke tijden. Te midden van de vreugde en opluchting die het begin van de zomer van 2021 met zich meebrengt – vooral na een lange pandemie – wilde ik een krachtig verhaal met u delen dat ik onlangs ontdekte over de historische oorsprong van Memorial Day.

Memorial Day werd in 1971 een officiële federale feestdag. Maar de oorsprong ervan gaat terug tot de nasleep van de Burgeroorlog, die tot op de dag van vandaag het bloedigste conflict van ons land is.

Daar leerde ik over een opmerkelijke gebeurtenis die plaatsvond op een renbaan in Charleston, South Carolina, in april 1865. Geconfedereerde generaal Robert E. Lee had zich weken daarvoor overgegeven. De oorlog zou officieel en volledig voorbij zijn in juni, maar praktisch gezien was het al voorbij.

De renbaan heette de Washington Race Course and Jockey Club. Tijdens de oorlog had de Confederatie de racebaan gebruikt om gevangenen op te sluiten. Bijna 300 van hen stierven aan ziektes en blootstelling in de openluchtgevangenis. Geen van hen kreeg een fatsoenlijke begrafenis – in plaats daarvan werden hun lichamen in een nabijgelegen massagraf gegooid.

Toen de oorlog was afgelopen, vonden sommige mensen – voormalige slaven – dit volkomen onaanvaardbaar. Velen van hen gingen naar de renbaan, groeven de lichamen op en gaven ze een fatsoenlijke begrafenis op een nieuwe begraafplaats op dezelfde locatie. Ze plaatsten een witgekalkte omheining rond de begraafplaats en schreven er de woorden “Martelaren van de renbaan” op. Deze voormalige slaven wisten dat deze mannen waren gestorven voor hun bevrijding, en zij eerden hun offers op slechts enkele kilometers afstand van de plek waar de Burgeroorlog was begonnen.

Zoals in The New York Tribune en The Charleston Courier werd bericht, kwamen slechts een week later, op 1 mei 1865, nog meer mensen – ongeveer 10.000. Het waren bijna allemaal Afro-Amerikanen, meestal bevrijde slaven, terwijl sommigen blanke missionarissen waren. Drieduizend zwarte kinderen brachten boeketten bloemen om de gesneuvelden te eren en zongen daarbij “John Brown’s Body” – een populair oorlogslied van de Unie over de beroemde abolitionist John Brown. Zwarte predikanten waren aanwezig en droegen bijbelteksten voor. Veteranen van verschillende zwarte regimenten die tijdens de oorlog dienden waren ook aanwezig en marcheerden ter ere van hun gesneuvelde kameraden.

Dit evenement was de allereerste “Memorial Day” herdenking in de geschiedenis van ons land. Bevrijde slaven organiseerden deze herdenking en soortgelijke evenementen ten minste een jaar eerder dan andere Amerikaanse steden, en drie jaar eerder dan op nationaal niveau.

In 1966 erkende de federale regering officieel Waterloo, New York, als de geboorteplaats van Memorial Day. Maar dankzij historici die dit vroegere verhaal ontdekten, erkennen velen nu dat deze jaarlijkse “heilige dag” niet begon in noordelijke steden onder overwegend blanke Amerikanen, maar onder zwarte Amerikanen die bevrijd waren door de soldaten die zij eerden, zowel zwart als blank. Het was hun dankbaarheid voor hen die het ultieme offer voor hun vrijheid hadden gebracht, die Memorial Day deed ontstaan.

Ik vond het bemoedigend om dit verhaal te leren kennen, want het laat zien hoe leeg, onwetend en hoogmoedig de ras-haters van alle kleuren werkelijk zijn. Zij, die nooit geketend zijn geweest, die naar mondiale en historische maatstaven rijk zijn, die meer vrijheid hebben genoten dan welke generatie ook in de geschiedenis, lezen de rest van ons de les over waarom Amerika geen respect en bewondering verdient. Al die tijd waren het voormalige slaven die de offers en de vlag eerden, die zij echter vandaag onteren. Zij die in ketenen leefden kenden de waarde van ons land, zijn vlag en de mannen en vrouwen die onder zijn vlag zijn gestorven voor onze vrijheid – niet omdat het volmaakt was, maar om waar het voor stond en om wat het wilde worden. Degenen die hen tot slaven maakten waren degenen die de met sterren bezaaide vlag en de beginselen van 1776 ontvluchtten, terwijl degenen die hen bevrijdden voor die vlag en die beginselen vochten.

Wat een scherpe berisping voor degenen wier trots en narcisme dagelijks worden verergerd door hun nog betreurenswaardiger onwetendheid – een brouwsel dat zo giftig is dat velen die nobele en rechtvaardige liefde voor het land hebben opgegeven – een liefde die degenen die werkelijk onderdrukt en geketend geweest zijn nooit zijn vergeten. Zij waren het tenslotte die Memorial Day hebben ingesteld.

Moge hun voorbeeld degenen onder ons die nooit in ketenen hebben geleefd, inspireren om zich nooit te laten misleiden door de leugen dat het eigen land haten de manier zou zijn om het beter te maken.

Joshua Charles is een voormalig speechschrijver voor het Witte Huis voor Vice President Mike Pence, No. 1 New York Times bestseller auteur, een historicus, schrijver/ghostwriter, en openbaar spreker. Hij was historisch adviseur voor verschillende documentaires en publiceerde boeken over onderwerpen variërend van de Founding Fathers, tot Israël, tot de rol van het geloof in de Amerikaanse geschiedenis, tot de impact van de Bijbel op de menselijke beschaving. Hij was de senior redacteur en conceptontwikkelaar van de “Global Impact Bible,” gepubliceerd door het in D.C. gevestigde Museum of the Bible in 2017, en is als geleerde verbonden aan het Faith and Liberty Discovery Center in Philadelphia. Hij is een Tikvah en Philos Fellow en heeft in de hele VS gesproken over onderwerpen als geschiedenis, politiek, geloof en wereldbeeld. Hij is concertpianist en heeft een master in overheid en een graad in rechten. Volg hem op Twitter @JoshuaTCharles of kijk op JoshuaTCharles.com.

De standpunten in dit artikel zijn de mening van de auteur en komen niet noodzakelijk overeen met de standpunten van The Epoch Times.

Origineel gepubliceerd door The Epoch Times (29 juni 2021): Timeless Wisdom: Reflections on Flag and Country

Het verhaal van Faust door de geschiedenis heen

In het rijke vlechtwerk van de westerse beschaving komen bepaalde thema’s en verhalen steeds terug. Ze markeren de continuïteit van onze cultuur en iedere generatie vindt er een nieuwe betekenis in.

Van de Middeleeuwen tot aan nu is de legende van Faust nooit verdwenen. De legende blijft mensen in alle tijden en plaatsen aanspreken. Waarom? Misschien omdat ieder van ons voor dezelfde keuze staat: leven voor wereldse beloningen zoals geld, plezier of roem, of ons wijden aan hogere, meer onbaatzuchtige doelen.

Het verhaal van Faust, een afspiegeling van Christus’ verzoeking in de woestijn en de oude waarschuwende verhalen over Prometheus en Icarus, staat symbool voor deze eeuwige menselijke strijd.

Dokter Faust heeft echt bestaan, een 16e-eeuwse Duitse astroloog die door zijn toverkunsten uit de steden werd verbannen en ervan werd beschuldigd zijn ziel aan de duivel te hebben verkocht. In de loop der jaren ontstonden er zoveel legenden rond zijn naam dat het nu onmogelijk is om feit van fictie te scheiden. Zijn verhaal werd één van de belangrijkste mythen van het Westen.

“Faust”, circa 1652, door Rembrandt. Rijksmuseum, Amsterdam, Nederland. (Publiek Domein)

Twee meesterwerken

In 1587 werd in Frankfurt Am Main een anoniem boek over Faust gepubliceerd, dat verhalen uit het leven van de arts zou bevatten, maar voornamelijk geruchten en volksverhalen vertelde. Op de een of andere manier kwam dit in handen van Christopher Marlowe, een briljante jonge toneelschrijver en geboren in hetzelfde jaar als Shakespeare, die de verhalen omtoverde tot zijn meesterwerk “De tragische geschiedenis van dokter Faustus.” Marlowe was een raadsel: hij werd ervan beschuldigd een spion, een schurk en een atheïst te zijn, voordat hij op 29-jarige leeftijd stierf tijdens een messengevecht.

De eerste bekende dramatisering van het verhaal is die van Marlowe. Zijn Faustus belichaamt de Renaissance zoektocht naar kennis door wetenschap, maar de nieuwsgierigheid en trots van het personage duwen hem verder op het hellende vlak van hekserij. In navolging van middeleeuwse mysteriespelen geeft Marlowe aan Faustus twee engelen, een goede en een slechte, om hem te adviseren. Aangemoedigd door de slechte engel sluit Faust een bloedverdrag met de demon Mephisto, waardoor hij 24 jaar lang bovennatuurlijke krachten krijgt, maar voor de rest van de eeuwigheid in de hel terechtkomt.

Jarenlang verkwist Faustus zijn krachten, vermaakt hij aristocraten met goocheltrucs en wekt de beeldschone Helena van Troje op uit de dood om zijn geliefde te worden. Marlowe geeft zijn verdoemde held enkele van de mooiste dichtregels in de Engelse poëzie:

Bracht dit gelaat een duizendschepige vloot

En schroeide Trojes hemelhoge torens?

Helena, maak me onsterfelijk met een kus

Verzwelg mijn ziel met je lippen: hij vliegt naar jou!

Kom, Helena, kom en geef mijn ziel terug.

Hier zal ik wonen, want jouw lippen zijn de hemel

Maar hemel en onsterfelijkheid zijn niet te vinden in Helen’s zoete liefkozingen. De tijd dringt voor Faustus. Hij probeert berouw te tonen, maar het is te laat. Mephisto en zijn demonenvriendjes sleuren hem mee naar de hel. Marlowe ontzegt zijn Faustus elke hoop op vergeving of verlossing.

Titelpagina van een uitgave uit 1620 van Christopher Marlowe’s “De tragische geschiedenis van dokter Faustus”, met een illustratie in houtsnede van dokter Faustus en een duivel die door een valluik naar boven komt. (Publiek Domein)

In 1808 publiceerde Johann Wolfgang von Goethe zijn eigen “Faust, deel één”, een poëtisch drama dat velen beschouwen als het kroonjuweel van de Duitse literatuur. Goethe voegt een cruciaal nieuw onderdeel toe: De jacht van Faust op Gretchen, een onschuldig dorpsmeisje dat hij verleidt en in de steek laat.

Deze versie begint, net als het Boek Job, met Satan die met God wedt dat hij zijn trouwe dienaar op een dwaalspoor kan brengen. Goethe’s Mephisto verleidt Faust door hem wereldse rijkdom en macht te geven, in tegenstelling tot Job, die door Satan verleid wordt door hem die rijkdom en macht te ontnemen.

Toen Goethe zijn “Faust” voltooide (“Deel twee” verscheen in 1832), veranderde hij van gedachten over het uiteindelijke lot van Faust en Gretchen. Beiden worden verdoemd in een eerdere versie, maar in deel twee wordt Faust gered door, uitgerekend, het meisje dat hij tot slachtoffer maakte. Zwanger en alleen, gemeden door de mensen van haar dorp, verdrinkt Gretchen wanhopig haar pasgeborene. Als Faust hoort dat ze gearresteerd is voor moord, probeert hij haar op magische wijze uit de gevangenis te bevrijden, maar ze weigert en aanvaardt de straf voor haar zonde.

Maar dat is niet het einde. God, die Gretchen’s innerlijke onschuld en berouw ziet, redt haar ziel en zij, op haar beurt, pleit voor Faust. Net als Dante’s Beatrice leidt ze hem, nu verlost door Gods genade, naar het paradijs.

Een uitgave uit 1876 van Johann Wolfgang von Goethe’s “Faust,” bewerkt door Rudolf Seitz. Uitgegeven door Stroefer & Kirchner, van het Tamoikin Art Fund. (Earthsphere/CC BY-SA 4.0)

Heel wat anders dan Marlowe, waar het loon van de zonde de dood is, punt. Voor Goethe, net als voor Dante, wijst de romantische liefde ons in de richting van Gods liefde, maar moet uiteindelijk overstegen worden om daar te komen.

Na Goethe hebben schrijvers als Louisa May Alcott (“Een Moderne Mephisto”), Oscar Wilde (“Het Schilderij van Dorian Gray”), en Thomas Mann (“Dokter Faustus”) hun eigen variaties geproduceerd, terwijl Stephen Vincent Benét’s “De Duivel en Daniel Webster”, dat in 1941 op memorabele wijze werd verfilmd, het verhaal naar Amerika heeft gebracht.

Zich verantwoorden

Naarmate de 19e eeuw vorderde, leerde Faust zingen. Het gedicht van Goethe inspireerde componisten in heel Europa. Franz Schuberts lied uit 1814 “Gretchen am Spinnrade” (“Gretchen aan haar spinnewiel”) is beroemd, maar Beethoven schreef zelfs nog eerder een Faust-lied.

De turbulente “Faust Ouverture” (1840) van Richard Wagner werd overtroffen door zijn schoonvader, Franz Liszt, wiens prachtige “Faust Symfonie” (1854) drie delen heeft, één voor elk van de hoofdpersonen: Faust, Gretchen, en Mephisto.

De operawereld werd echt dol op Faust. Tot op heden zijn er zo’n 20 opera’s verschenen die geïnspireerd zijn op Faust. De bekendste zijn “Faust” van Charles Gounod (1859), decennia lang ’s werelds populairste opera, en “Mefistofele” van Arrigo Boito (1868). Hector Berlioz’ “La Damnation de Faust” werd bij zijn debuut in 1846 slecht ontvangen, maar de reputatie van dit hybride opera-oratorium is sindsdien gestegen.

Duelscène uit akte IV van Charles Gounod’s opera “Faust”, uit “The Victrola Book of the Opera” uit 1917. (Publiek Domein)

Faust inspireerde de klassieke Amerikaanse musical “Damn Yankees”, waarin een honkbal fan van middelbare leeftijd zijn ziel aan de duivel verkoopt om te worden getransformeerd in een major league slagman. Een zwoele vrouwelijke demon lokt hem naar de duistere kant met het hitnummer “Whatever Lola Wants, Lola Gets.” Maar wees gerust, de duivel (op Broadway en in de film gespeeld door Ray Walston van “My Favorite Martian”) wordt op het einde verijdeld.

In de film

Door de visuele mogelijkheden van het Faust-verhaal was het een logische keuze voor de nieuwe kunstvorm van de 20e eeuw, de bewegende film. Al in 1900 bracht het bedrijf van Thomas Edison “Faust en Marguerite” uit, een filmpje van slechts 57 seconden! In Frankrijk maakte Georges Méliès (“Een reis naar de maan”) in 1904 zijn eigen 15 minuten durende “Faust en Marguerite”. Het was zijn vierde poging tot het verhaal, de eerste was in 1897.

De definitieve verfilming van Faust verscheen in 1926. De grootste filmstudio van Duitsland, UFA, besloot zijn 10-jarig bestaan te vieren door zijn twee belangrijkste regisseurs spectaculaire, kosteloze heldendichten te laten maken. Fritz Lang maakte “Metropolis” en F.W. Murnau maakte “Faust.”

Murnau’s “Faust” is vandaag de dag niet zo bekend als zijn eerdere, iconische “Nosferatu.” Hedendaagse critici vonden de film te traag en te gestileerd, maar sommigen noemden het de mooiste film ooit gemaakt. Decennialang was de film alleen te zien in wazige filmkopieën, maar in 2015 werd hij eindelijk in zijn oude glorie hersteld.

Een scène uit F.W. Murnau’s “Faust.” (Publiek Domein)

Gedurende de hele 20e eeuw kwamen de verfilmingen van Faust snel en vaak. Nieuwe filmversies, min of meer getrouw, kwamen uit Frankrijk, Rusland, Spanje, Italië, Duitsland – en zelfs in 2019 uit Zuid-Korea.

Updates als “Bedazzled” (1967, heruitgegeven in 2000) en “Phantom of the Paradise” (1974) vonden komedie in het verhaal. Verwijzingen naar Faust bleven opduiken in poëzie, proza en populaire muziek. Animatiefilms, tv-programma’s, stripverhalen, strips en een baanbrekende Japanse Manga hebben het verhaal opnieuw verteld voor toekomstige generaties.

Faust komt naar Amerika: Edward Arnold (L) als Daniel Webster en John Huston als mr. Scratch (de duivel) in de film uit 1941 “The Devil and Daniel Webster”, oorspronkelijk getiteld “All that money can buy.” (RKO Radio Productions)

Faust komt zelfs voor in de taal. Het ruilen van iemands morele integriteit voor kortetermijnwinst is een “Faustiaans koopje.” Oswald Spengler gebruikte “Faustische mens” en “Faustische cultuur” om een Westen te beschrijven waarvan hij vond dat het zijn ziel verkocht aan de technologie in ruil voor onbeperkte kennis. En “Mephistopheaans” wordt gedefinieerd als “het vertonen van sluwheid, vindingrijkheid of boosaardigheid die kenmerkend is voor een duivel.”

Er wordt wel gezegd dat we allemaal Hamlet zijn. We zijn ook allemaal Faust, voortdurend in de verleiding om onze hogere principes te schenden voor de onmiddellijke bevrediging van goedkeuring, succes, en alle andere fonkelende prijzen die de wereld te bieden heeft. Goethe’s Faust had Gretchen om een goed woordje voor hem te doen in de hemel. Wij hebben misschien niet zoveel geluk, dus is het aan ons om elke dag de juiste keuze te maken.

Stephen Oles heeft gewerkt als leraar, schrijver, acteur, zanger, en toneelschrijver. Zijn stukken zijn opgevoerd in Londen, Seattle, Los Angeles en Long Beach, Californië. Hij woont in Seattle en werkt momenteel aan zijn tweede roman.

Origineel gepubliceerd op The Epoch Times (22 mei 2021): https://www.theepochtimes.com/recurrents-the-story-of-faust-through-history_3822563.html

 

VS-functionarissen veroordelen sluiting Apple Daily in Hongkong

Apple daily supporters featured image

Amerikaanse parlementariërs en rechtengroeperingen hebben alarm geslagen nadat het pro-democratische tabloid Apple Daily in Hongkong donderdag zijn activiteiten heeft gestaakt.

Apple Daily, een van de weinige overgebleven mediakanalen in Hongkong die kritische geluiden over het Chinese regime en standpunten ter ondersteuning van de Hongkongse demonstranten publiceerde, drukte zijn laatste editie op 24 juni. De website is nu niet meer toegankelijk, net als de mobiele app, het Twitter-account en het YouTube-kanaal.

De krant zei dat de beslissing om te sluiten gebaseerd was op “overwegingen in verband met de veiligheid van de werknemers en de personeelsbezetting”. De krant kwam in een financiële crisis terecht nadat Hongkong op 17 juni HK$ 18 miljoen (€ 2 miljoen) aan tegoeden van drie aan de krant gelieerde bedrijven had bevroren. De inbeslagname maakte deel uit van een lokale politieoperatie waarbij op dezelfde dag een inval werd gedaan in het hoofdkwartier van de krant en vijf van zijn directeuren werden gearresteerd.

Twee van de directeuren worden nu beschuldigd van samenzwering, een misdrijf waarop levenslange gevangenisstraf staat volgens de draconische nationale veiligheidswet van de stad. De oprichter van de krant, Jimmy Lai, zit momenteel in de gevangenis in afwachting van een afzonderlijk proces aangaande de nationale veiligheid.

Op 23 juni arresteerde de politie van Hongkong ook Yeung Ching-kee, een opinieschrijver voor Apple Daily die Li Ping als pseudoniem gebruikt, op beschuldiging van samenspanning.

Apple daily supporters
Aanhangers van de Hongkongse krant Apple Daily zwaaien met hun mobiele telefoonlampjes buiten het hoofdkantoor van de krant in Hongkong op 23 juni 2021. (Sung Pi-lung/The Epoch Times)

Honderden supporters verzamelden zich op de avond van 23 juni buiten het hoofdkantoor van Apple Daily om hun steun te betuigen nadat de krant eerder die dag de sluiting had aangekondigd. Supporters zwaaiden met hun mobiele telefoonlampjes en de medewerkers van de krant zwaaiden terug met hun eigen telefoons vanaf het balkon van het gebouw.

Supporters riepen ook slogans, als “Dank aan alle journalisten” en “Hongkongers, zet hem op!”. Ze lieten ook briefjes en kaarten achter op de balustrades buiten het gebouw om de krant en zijn personeel te bedanken.

Een van de supporters, een vrouw met de achternaam Li, zei dat ze ontroerd was om te zien dat andere lokale bewoners de krant kwamen steunen. Ze bekritiseerde de nationale veiligheidswet van Beijing en zei dat mensen die het daar niet mee eens waren tot doelwit van de lokale autoriteiten zullen worden.

Apple Daily supporters line up
Mensen staan in de rij om de Apple Daily te kopen in Mong Kok in Hongkong op 24 juni 2021. (Sung Pi-lung/The Epoch Times)

Andere inwoners besloten hun steun te betuigen door op 24 juni in de vroege uurtjes in de rij te gaan staan bij de krantenkiosken, waarbij sommigen meerdere exemplaren van donderdags editie van de krant kochten. In het district Mong Kok van Hongkong stonden lange rijen. Apple Daily zei dat het 1 miljoen exemplaren van de laatste editie zou drukken.

In reactie op de acties van de regering van Hongkong die Apple Daily tot sluiting hebben gedwongen, hebben verschillende Amerikaanse wetgevers hun bezorgdheid publiekelijk geuit op Twitter.

Senator Jim Risch (R-Idaho), lid van de Senaatscommissie voor Buitenlandse Betrekkingen, uitte kritiek op de Chinese Communistische Partij (CCP) en zei dat het regime “erin geslaagd is de vrije meningsuiting in Hongkong de kop in te drukken”.

“Een nieuwe klap voor de democratie in Hong Kong, een trieste dag voor de persvrijheid en een gebroken hart voor de dappere journalisten die alles riskeerden in hun streven naar waarheid en transparantie”, schreef senator Bob Menendez (D-N.J.), voorzitter van de Senaatscommissie Buitenlandse Betrekkingen.

Senator Marco Rubio (R-Fla.) verklaarde dat Hong Kong “is afgedaald naar de donkere eeuwen” na de gedwongen sluiting van Apple Daily. Hij voegde daaraan toe: “Een door de CCP gecontroleerde stad zonder rechtsstaat of bescherming van basisrechten kan geen internationaal financieel centrum zijn.”

Apple Daily kopers
Een vrouw koopt meerdere exemplaren van Apple Daily bij een kiosk in Mong Kok in Hongkong op 24 juni 2021. (Andrian Yu/The Epoch Times)

De pro-Beijing leider van Hongkong, Carrie Lam, heeft de invallen en arrestaties van Apple Daily verdedigd. Op 24 juni heeft het Bureau van de Commissaris van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de CCP in Hongkong een verklaring afgelegd waarin buitenlandse politici wordt verzocht zich niet langer te mengen in de interne aangelegenheden van China door hun mening te geven over de persvrijheid in Hongkong.

Het Verenigd Koninkrijk, de Europese Unie, Canada en Taiwan hebben allen hun veroordeling uitgesproken over de uitholling van de persvrijheid in Hongkong. De Interparlementaire Alliantie voor China, een internationale niet partijgebonden groep van parlementsleden, riep op tot “gerichte sancties tegen Chinese en Hongkongse functionarissen die verantwoordelijk zijn voor de schending van het internationaal recht en de schending van de mensenrechten in Hongkong.”

“De sluiting van de [Apple Daily] is een klap voor de journalistieke gemeenschap in Hongkong en doet legitieme zorgen rijzen over de toekomst van de persvrijheid in de stad”, aldus de Foreign Correspondents’ Club in Hongkong in een verklaring.

De Hong Kong Journalists Association heeft samen met zeven lokale mediavakbonden en -organisaties in een gezamenlijke verklaring laten weten dat hun leden op 24 juni zwart zullen dragen “uit protest tegen de klap die de regering tegen de persvrijheid heeft uitgedeeld”.

De Hong Kong afdeling van The Epoch Times heeft bijgedragen aan dit artikel.

Oorspronkelijk gepubliceerd door The Epoch Times (24 juni 2021): US Officials, Rights Groups Condemn Forced Closure of Hong Kong’s Apple Daily

Vooraanstaand onderzoeker van cancel cultuur beschrijft campagne om hem te ‘cancellen’

Toen de online cancelmob achter hem aankwam, voelde professor Eric Kaufmann weinig verbazing – alleen ironie.

Als vooraanstaand onderzoeker van de cancelcultuur in de academische wereld weet hij maar al te goed dat opkomen voor de vrijheid van meningsuiting tegenwoordig door sommige radicale studenten en academici als een daad van fascisme gezien wordt.

Kaufmann is hoogleraar politiek aan het Birkbeck College, Universiteit van Londen, en auteur van Whiteshift: Populism, Immigration, and the Future of White Majorities. Hij is ook een pionier geweest in het gebruik van enquêtes om “autoritarisme en politieke discriminatie” te onderzoeken aan universiteiten in zowel de Verenigde Staten als het Verenigd Koninkrijk.

Toen radicalen aan zijn eigen universiteit onlangs pogingen deden om hem van de universiteit te verdrijven, verliep dat volgens een al te bekend patroon, zegt hij.

“Ze stuurden een reeks tweets rond waarin ze zeiden dat ik een soort blanke supremacist ben,” vertelde hij The Epoch Times. “Wat natuurlijk wel grappig is, omdat mijn eigen achtergrond half Joods en half Chinees en Latino is, maar ook omdat de dingen die ze ‘extreem rechts’ noemden dingen waren als schrijven voor Quillette en Unherd of rapporten maken voor Policy Exchange (wat een mainstream conservatieve denktank is) en ook voor het bekritiseren van wokeness.”

Eric Kaufmann, hoogleraar politiek, Birkbeck College, Londen. (Screenshot/NTD)

The Epoch Times heeft het bestaan van deze Twitterberichten geverifieerd.

Kaufmann zei dat de radicale studentengroep hem al verschillende jaren in het vizier heeft en ook steun genoot onder radicalen aan de faculteit.

‘De bovenlagen doen er toe’

Maar hij maakt zich niet al te veel zorgen en hij geeft de universiteit zelf niet de schuld. Hij zegt dat zijn universiteit, die gespecialiseerd is in volwassen studenten, beter geïsoleerd is van radicalen dan veel andere academische instellingen, waar jongere generaties de lakens uitdelen.

“De bovenste lagen van een universiteit doen er wel degelijk toe. En ik denk dat als de bovenste lagen van een universiteit heel erg gebonden zijn aan de ‘woke’-agenda, zoals we zien in plaatsen als King’s College of Cambridge, de kans groter is dat er problemen ontstaan.

Universiteitsstudenten keren terug voor het voorjaar aan de Universiteit van Cambridge in Engeland, op 13 januari 2004. (Graeme Robertson/Getty Images)

Kaufmann zegt ook dat hij het geluk heeft dat hij minder afhankelijk is van zijn positie aan de universiteit dan sommige van zijn leeftijdgenoten. Hij geeft ook aan dat hij, nu zijn conservatieve opvattingen allang publiekelijk gekend zijn, veel minder te verliezen heeft.

Uit een baanbrekende studie van Kaufmann eerder dit jaar bleek dat er aan universiteiten een crisis heerst op het gebied van de vrijheid van meningsuiting, die zich vooral uit in discriminatie van conservatieven. Dit soort “hard autoritarisme” omvat “no-platforming, ontslagcampagnes, aanvallen van social media mobs, open brieven … formele klachten en disciplinaire maatregelen”, aldus het onderzoek dat is gepubliceerd door het Center for the Study of Partisanship and Ideology (CSPI).

Kaufmann zegt dat de campagnes enigszins organisch kunnen overkomen, maar dat ze vaak ook een organiserend zenuwcentrum hebben, met studenten en bevriende faculteitsleden die de menigte ophitsen.

Net als het brandmerken van een heks

“Het gaat deels om het geven van signalen aan elkaar.” Deelnemers krijgen ideologische kudo’s van ‘medereizigers’ en krijgen een soort morele sensatie, zegt hij. “Het is deels een religieuze ervaring – een beetje zoals iemand brandmerken als heks of iemand bestempelen als zondaar die bezeten is door de duivel of zoiets. Het heeft diezelfde dynamiek.”

Kaufmann beschrijft de drijvende kracht achter de cancel cultuur als “links modernisme”, dat volgens hem de hedendaagse overheersende ideologie is in elite-instellingen.

Hij zegt dat het een mengsel is van liberalisme, marxisme en het therapeutische ethos van universiteiten – de zogenaamde sneeuwvlok-mentaliteit.

“[Het is] liberalisme, dat altijd gericht was op het verwerven van rechten voor minderheidsgroepen – religieus, raciaal, seksueel – vermengd met een soort marxistische visie, die uitgaat van slachtofferschap en onderdrukking en een nulsom-conflict tussen slachtoffer en onderdrukker en deze behoefte aan radicale revolutie, haast transformatie, om een soort utopie te bereiken,” zegt hij. Daaroverheen ligt volgens hem een “Freudiaanse therapeutische ethiek die focust op subjectieve gevoelens en empathie en op schade en veiligheid.”

De moed om voor je mening uit te komen

Kaufmann zegt dat de pogingen om hem als racist te bestempelen typerend zijn, waarbij de radicalen simpelweg de definitie van racisme veranderen om hun doelen te bereiken. “Ze isoleren zichzelf bijna van kritiek – als je ons bekritiseert, ben je in wezen een racist.”

Hij zegt dat er tegenwoordig moed voor nodig is om als academicus te zeggen wat je op je hart hebt.

“In de academische wereld is het heel moeilijk om een baan te krijgen en zeker als je eenmaal het onderwerp bent geweest van één van deze campagnes in het gebied waar je woont. Mensen zijn erg huiverig om hun nek uit te steken als er ook maar enig risico is.”

En dan is er nog de psychologische impact.

Op dit archief beeld komt een studente aan voor haar diploma uitreiking in de Royal Festival Hall in Londen, Engeland, op 13 okt. 2015. (Dan Kitwood/Getty Images)

“Ik heb interne klachten gehad die door hetzelfde netwerk zijn gelanceerd, klachten die ze overigens in hun Tweet stream vermeldden. Die eisen natuurlijk wel een psychologische tol”, zegt hij. “Dat weten ze en dat is precies de reden waarom ze daarop mikken: zelfs als ze niet zullen slagen, willen ze je door de mangel halen.”

Dit heeft een algemeen remmend effect op de vrijheid van meningsuiting op campussen, zegt hij.

Niet over de ‘Zwijgende Meerderheid’

Uit een eerder deze maand gepubliceerd onderzoek van het Kings College in Londen bleek dat een kwart van de mensen in de leeftijd van 16-24 jaar in het Verenigd Koninkrijk het idee van no-platforming steunt. Dat aantal daalt met de leeftijd.

Kaufmann zegt bemoedigd te zijn door het recente verzet van de Britse regering tegen de cancel cultuur op universiteiten en haar plannen voor zogenaamde voorvechters van vrije meningsuiting. Maar nu jongeren steeds meer geneigd zijn om te cancelen, denkt hij dat het alleen maar erger zal worden.

“Alle gegevens die ik heb gezien laten zien dat dit een strijd van ideeën is – het is een ideologisch conflict,” zegt hij. “Het gaat niet simpelweg over een zwijgende meerderheid die bang is om zich uit te spreken.”

“Ook al is de steun – de actieve steun – voor de cancel cultuur slechts ongeveer 10 procent onder de faculteit, er is ongeveer 40 tot 50 procent – ik heb dit in een aantal rapporten aangetoond – die dubbelzinnig zijn. Ze houden van de sociale rechtvaardigheidsdoelstellingen van de cancel mob, maar ze houden niet echt van het cancellen van mensen. Ze zitten in een soort van tweestrijd en daarom zullen ze zich niet uitspreken.”

Er is echter een sprankeltje hoop, zegt hij.

“Er is enig bewijs uit Groot-Brittannië dat de allerjongsten van 18 tot 20 jaar iets verstandiger zijn dan de 21- tot 28-jarigen, zegt hij. “Dus er gebeurt misschien iets onder de allerjongsten dat we oppikken in de enquêtes.”

Maar hij denkt dat het nodig is om in te grijpen.

“We zitten in een fase waarin de regeringen in het Westen moeten gaan ingrijpen in instellingen zoals universiteiten en zelfs wetgeving moeten gaan steunen die het in wezen gemakkelijker maakt om het recht op vrije meningsuiting af te dwingen als werknemer.”

Origineel gepubliceerd door The Epoch Times (24 juni 2021): Leading Cancel Culture Researcher Describes Campaign to Cancel Him

De systemische oplichterij achter het wokeïsme

Er zijn tal van redenen waarom het wokeïsme zich als een lopend vuurtje verspreidde toen Amerika zijn collectieve verstand verloor tijdens de pandemie, de quarantaine, de zelfgeïnduceerde recessie en de rellen van 2020.

Wokeïsme ging nooit echt over racisme, seksisme, of andere ismes. Voor sommigen illustreerde het een psychologische pathologie van projectie: het overbrengen van de eigen vooroordelen op anderen om ze te verzachten of te maskeren.

Moeten we dan lachen of huilen dat de zelfverklaarde marxistische medeoprichter van Black Lives Matter een oplichter is? Volgens een bericht in de New York Post bezit Patrisse Khan-Cullors een aantal luxe huizen, en heeft één van haar stichtingen verzuimd belangrijke donaties aan de belastingdienst te melden. Is het zo dat hoe meer Khan-Cullors marxistische ideologieën verkondigt en ’toxische blankheid’ belastert, hoe meer zij zich op haar gemak voelt in een huis van $1,4 miljoen in het chique Topanga Canyon in Zuid-Californië?

Kijk eens naar senator Sheldon Whitehouse (D-R.I.), een uitgesproken liberaal icoon. Hij is een van de meest ‘woke’ leden van de Senaat. Toch blijkt Whitehouse lid te zijn van een de facto geheel blanke strandclub van elites in Newport, Rhode Island. Is Whitehouse in abstracto vastbesloten om het blanke privilege uit te roeien, zodat hij zich er te midden van mede-bluebloods kan ontspannen?

Barack en Michelle Obama wagen zich af en toe buiten hun miljoenen kostende herenhuis in Washington, D.C., of hun landgoed op Martha’s Vineyard om het land de les te lezen over zijn systemisch racisme. Betekent een dergelijke preek dat de Obama’s geen zin hebben om terug te keren naar hun woonplaats Chicago, een stad waar in 2020 honderden Afro-Amerikaanse mannen zijn vermoord, de meesten door andere zwarte mannen?

Joe Biden leest Amerika vaak de les over racisme, en hij heeft de bureaucratieën van de federale regering ontketend om mythische samenzweringen van blanke supremacisten uit te roeien. Verklaart boetedoening Biden’s fixatie op systemisch racisme? Als hij anonieme blanke racisten veroordeelt, verzacht zijn verontwaardiging dan het gerapporteerde gebruik van een anti-Aziatische scheldwoord door zijn zoon Hunter in een sms uit 2019?

De tweede katalysator van wokeïsme is de afleiding die het biedt van enge problemen die de Amerikaanse beschaving bedreigen. Terwijl het land zichzelf bezighoudt met het eisen van meer dan 12 procent vertegenwoordiging van zwarte acteurs in televisiespotjes, nadert het de 30 biljoen dollar aan staatsschuld. Uiteindelijk zal de verbazingwekkende rode inkt vereisen dat de broekriem enorm wordt aangehaald, de er nog meer inflatoir geld wordt gedrukt, of beide.

De woke regering Biden kan niet voorkomen dat honderdduizenden immigranten dit jaar illegaal de Verenigde Staten binnenkomen. Bijna allemaal hebben ze behoefte aan gratis Amerikaanse gezondheidszorg, huisvesting, voedsel en legale subsidies. Geweldmisdrijven stijgen in een alarmerend tempo. Maar weinigen durven te zeggen hoe dat komt, of hoe we het kunnen stoppen.

Amerika lijkt niet in staat de mogelijkheid onder ogen te zien dat Chinese onderzoekers een genetisch gemanipuleerd virus hebben ontwikkeld, onder toezicht van het Chinese leger en met subsidies van de Verenigde Staten.

Dus in plaats van echte oplossingen voor deze crises aan te dragen, voeren we oorlog met elkaar over de vraag of de overleden kinderboekenschrijver Dr. Seuss of het plastic speelgoed Mr. Potato Head racistisch waren of anderszins uitsluiting in de hand werkten.

Wanneer onze elites geen idee hebben van de staatsschuld, de inflatie, de illegale immigratie, de misdaad, de stijgende benzineprijzen en een wereldwijde pandemie, stellen ze zichzelf gerust met de gedachte dat ze tenminste Vader Junípero Serra kunnen cancellen of nog een standbeeld van Robert E. Lee kunnen neerhalen.

Tenslotte wordt de hysterie van het wokeïsme gekanaliseerd om winst te maken – als ze al niet de realiteit weerspiegelen van het feit dat veel van onze meest woke mensen de rijksten onder ons zijn.

Een van de redenen waarom Oprah Winfrey, Meghan Markle en LeBron James beschuldigingen van blank racisme hypen is om Amerika eraan te herinneren dat men rijk kan worden als Croesus en toch een sympathiek slachtoffer kan blijven.

Voor oplichters van de volgende generatie, zoals Ibram X. Kendi en Robin DiAngelo, betekent beweren dat Amerika racistisch was, is en altijd zal zijn, meer dan alleen optredens en boekenverkoop. De oplossing voor de pseudo-crises die zij verzinnen is de massale heropvoeding van zelfbewuste blanken – met lucratieve adviesvergoedingen voor beiden, en voor duizenden anderen.

Amerika wordt systematisch bedrogen door hen die hun hypocrisie verhullen, die de mensen met schuldgevoelens manipuleren, die geen interesse hebben in het oplossen van Amerika’s gevaarlijkste problemen, en die rijk worden of blijven door het hypen van een Amerika dat toe is aan een massale rebooting.

Victor Davis Hanson is een conservatieve commentator, classicus en militair historicus. Hij is emeritus hoogleraar klassieke talen aan de California State University, senior fellow in klassieke talen en militaire geschiedenis aan de Stanford University, fellow aan het Hillsdale College, en distinguished fellow van het Center for American Greatness. Hanson heeft 16 boeken geschreven, waaronder “The Western Way of War,” “Fields Without Dreams,” en “The Case for Trump.”

Origineel gepubliceerd door The Epoch Times (24 juni 2021): The Systemic Con Behind Wokeism

Europese politici dringen bij Carrie Lam aan op vrijlating journalisten na sluiting pro-democratisch dagblad

Een groep Europese wetgevers heeft er donderdag bij Hongkong Chief Executive Carrie Lam op aangedrongen journalisten vrij te laten die op grond van de draconische nationale veiligheidswet van Hongkong zijn gearresteerd, en de tegoeden vrij te geven van een prodemocratische krant die gedwongen werd haar deuren te sluiten.

Apple Daily, een van de weinige onafhankelijke media in Hongkong, moest woensdag tegen middernacht zijn activiteiten stopzetten nadat de politie de directieleden had gearresteerd en de tegoeden van de krant had bevroren.

De krant zei dat het besluit om te sluiten was gebaseerd op “overwegingen met betrekking tot de veiligheid van de werknemers en de mankracht”. De krant zei ook dat de bevriezing van de tegoeden ertoe had geleid dat er weinig geld was om de activiteiten voort te zetten.

De gedwongen sluiting van Apple Daily werd veroordeeld door de regeringen van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de EU, alsmede door een aantal Amerikaanse wetgevers.

In een brief aan Lam verklaarden 30 Europese wetgevers, waarvan de meesten lid zijn van het Europees Parlement, dat zij hun “bezorgdheid en veroordeling” willen uitspreken over de arrestatie van vijf journalisten en de inval in en het sluiten van Apple Daily.

Meer dan 500 politieagenten deden op 17 juni een inval in het hoofdkwartier van Apple Daily en arresteerden vijf directieleden op verdenking van samenspannen met buitenlanders om de nationale veiligheid in gevaar te brengen, een dubbelzinnige overtreding van de draconische nationale veiligheidswet die Peking vorig jaar heeft afgekondigd. Twee van de leidinggevenden werden de volgende dag in staat van beschuldiging gesteld.

De wetgevers zijn van mening dat deze arrestaties “een aanslag vormen op de persvrijheid en de reputatie van Hongkong als open internationale stad ondermijnen”, en “rechtstreeks in strijd zijn” met de basiswet van Hongkong.

“Het sluiten van de krant voor de vermeende ‘misdaad’ van ambtenaren ter verantwoording roepen, is de daad van een dictatoriale staat”, zo luidt de brief.

De wetgevers waarschuwden dat het behoud van de persvrijheid in Hongkong “van groot belang blijft” voor de EU en andere gelijkgestemde democratieën en dat de gedwongen sluiting van de pro-democratische krant “op internationale veroordeling zal stuiten en langdurige gevolgen zal hebben voor buitenlandse investeringen in de stad”.

Ze drongen er bij Lam op aan om de tegoeden van Apple Daily vrij te geven, de gearresteerde journalisten vrij te laten en de aanklachten tegen hen en Jimmy Lai, de eigenaar van de populaire tabloid die momenteel in de gevangenis zit en meerdere straffen uitzit voor zijn deelname aan meerdere pro-democratische demonstraties, te laten vallen.

Lam verdedigde dinsdag de inval in Apple Daily en beschuldigde Amerikaanse functionarissen ervan te proberen acties die de nationale veiligheid in gevaar brachten te “verfraaien”.

Op vandaag werden reeds meer dan 100 mensen gearresteerd op grond van de wet op de nationale veiligheid.

Origineel gepubliceerd door The Epoch Times (24 juni 2021): European Lawmakers Urge Carrie Lam to Release Journalists After Pro-Democracy Paper Shuts Down

De beste en de slechtste tijden in Hongkong – Het tegenstrijdige regime van de CCP

“Het waren de beste tijden, het waren de slechtste tijden, het was de tijd van wijsheid, het was de tijd van dwaasheid, het was het tijdperk van geloof, het was het tijdperk van ongeloof, het was het seizoen van het licht, het was het seizoen van de duisternis, het was de lente van hoop, het was de winter van wanhoop … We hadden niets voor ons, we gingen allemaal rechtstreeks naar de hemel, we gingen allemaal rechtstreeks de andere kant op.”

Deze openingspassage uit Charles Dickens’ “A Tale of Two Cities” is één van de beroemdste passages uit de literatuur. Toch heeft het me nooit zo aangegrepen als vandaag. Het voelt bijna alsof Dickens schreef over het Hongkong van vandaag, in plaats van over de Franse Revolutie.

Toen miljoenen mensen samen door de straten van Hongkong marcheerden, zag de wereld het beste van Hongkong. Tegelijkertijd waren we getuige van de dood van de vrijheid, politiegeweld en de ineenstorting van de burgerrechten van Hongkong – de slechtste tijden uit de geschiedenis van Hongkong.

Demonstranten zwaaien met Amerikaanse vlaggen als ze zich verzamelen voorafgaand aan een pro-democratische mars in Hongkong op 15 september 2019. (Anthony Kwan/Getty Images)

Het seizoen van duisternis viel op gemaskerde gezichten en in het zwart geklede demonstranten, die in de nacht voor de politie op de vlucht sloegen. Het seizoen van het licht kwam tevoorschijn toen de zon opkwam na nachten van protest, kaarsen gloeiden ter nagedachtenis en telefoonlampjes gloeiden in tandem met de songtekst van “Glory to Hong Kong.” Nu de protesten zijn gestopt, blijft het licht in onze harten. Met licht in ons hart, hebben we alles wat we nodig hebben in deze wereld.

Hongkong is de hel binnen gejaagd, dus we hebben niets te verliezen. Deze onverschrokken hoop zelf, plaatst ons in de hemel.

Ik schrijf dit op 24 juni 2021. De pro-democratische media van Hongkong, Apple Daily, heeft haar laatste krant gepubliceerd voor ze haar deuren sloot. Apple Daily is niet langer een krant, maar een symbool.

In 1975 schreef de 28-jarige Hu Ping een essay in afwachting van een nieuwe werkopdracht tijdens de Chinese Culturele Revolutie. Het werd in China verspreid op handgeschreven posters en gepubliceerd in ondergrondse tijdschriften. Het essay kreeg de naam “Over de vrijheid van meningsuiting” en werd enorm invloedrijk voor een generatie van Chinese activisten voor democratie. Hu Ping zou later hoofdredacteur worden van het New Yorkse pro-democratische tijdschrift, Beijing Spring.

In zijn essay, schreef hij:

“Van alle politieke rechten die de grondwet aan de burgers geeft, komt de vrijheid van meningsuiting op de eerste plaats. Wanneer een individu het recht verliest om zijn of haar wensen en meningen te uiten, is hij of zij gedoemd om een slaaf of een pion te worden.

De vrijheid van meningsuiting betekent natuurlijk niet noodzakelijkerwijs dat men alles heeft, maar het verlies ervan leidt onvermijdelijk tot het verlies van alles.

Iedereen kent het belang van het principe van het scharnierpunt in de mechanica: het scharnierpunt zelf mag dan niets doen, maar alleen door zijn deugdzaamheid is de werking van de hefboom mogelijk. Men zegt dat Archimedes, de ontdekker van het principe van de hefboom, ooit zei: “Geef me een steunpunt, en ik zal de wereld verplaatsen”. Is in het politieke leven de vrijheid van meningsuiting niet zo’n soort steunpunt?

Wat is “vrijheid van meningsuiting”? Het is de vrijheid om allerlei meningen te uiten.”

Zesenveertig jaar zijn verstreken sinds 1975, het jaar waarin Hu Ping dit essay schreef over het recht van de Chinese burgers op vrijheid van meningsuiting. Vandaag wordt de Chinese burgers nog steeds de vrijheid van meningsuiting ontzegd en de duisternis van het CCP-autoritarisme heeft zich zelfs overzee verspreid.

De illusie van duisternis is beangstigend omdat zij oneindig lijkt. Maar duisternis kan niet bestaan bij het licht van zelfs maar één kleine kaars. De hoop van het Chinese volk op vrijheid is het begin van zo’n licht.

Op Weibo verhinderen de autoriteiten absoluut dat gebruikers iets leren over de revolutionaire oorsprong van de CCP. Schrijvers die oproepen tot politieke hervormingen en hulp voor de armen op het platteland worden het zwijgen opgelegd.

The Global Times meldt dat Chinese jongeren gepassioneerd raken over revolutie na het zien van een populair nieuw CCP-drama “Awakening Age”. Veel studenten plaatsten screenshots van groepsberichten op Weibo, waarin ze zeiden dat ze zouden leren van de ervaring van revolutionaire CCP-voorgangers en dat ze studentengroepen zouden verenigen om druk uit te oefenen op de school. Meerdere universiteiten in Hunan hebben dergelijke tactieken gebruikt om airconditioning te eisen.

Mao Zedong leidde een opstand om de macht te grijpen door gewelddadige oppositie tegen de centrale regering van China om de macht van de CCP te vestigen. Om hun legitimiteit te valideren, moet de CCP hun revolutie rationaliseren en legitimeren.

Deze gevierde houding van gewelddadige revolutie tegen het gezag sijpelt onvermijdelijk door in de geesten van de Chinese burgers. Dit zou de CCP echt bang moeten maken.

Jongeren op een bijeenkomst tijdens het hoogtepunt van de opstand van de Rode Garde zwaaien met kopieën van Mao’s Rode Boekje en dragen een poster van Karl Marx op 14 sept. 1966. De Culturele Revolutie was het begin van een decennium van geweld en tumult om communistische doelen te bereiken en een radicaal egalitarisme af te dwingen. (AP Foto)

Marxisme, Leninisme en Maoïsme rechtvaardigen allemaal gewelddadige ondermijning van de staatsmacht die zijn volk onderdrukt. Maar wat gebeurt er als de CCP zelf de staatsmacht is die haar volk onderdrukt?

De autocratische regimes die uit het communisme voortkomen kunnen deze diepgewortelde tegenstrijdigheid nooit oplossen. De voormalige Sovjet-Unie en Oost-Europese regimes vielen de een na de ander. In Noord-Korea komt de plotselinge verschuiving naar een erfelijke politiek neer op een terugkeer naar het vroegere feodale tijdperk van vóór de communistische opstand. De Chinese Communistische Partij is gemuteerd tot een gecentraliseerde kapitalistische machine die wordt gevoed door nationalistische propaganda.

Tijdens het bewind van Deng Xiaoping maakte de CCP gebruik van economische groei om haar autoriteit te legitimeren. Maar nadat Xi Jinping aan de macht kwam, is de toon veranderd. Xi hoopte het communisme te vervangen door agressief nationalisme. De laatste jaren hoopt het beleid van de CCP echter terug te keren naar haar maoïstische wortels.

De heerschappij van de CCP rust op een stapel diepgewortelde tegenstellingen en ideologieën die gebaseerd zijn op haat, gewelddadige revolutie en machtsstrijd.

De CCP gebruikt haat om haar heerschappij te legitimeren. Haar ideologen gebruiken deze haat in een poging om China’s burgers tegen alle vreemde naties op te zetten. Zij gebruiken deze haat om de onderdrukking van Tibet, Xinjiang en Hongkong te rechtvaardigen.

Op het platteland van Hebei haten de kinderen van arme gezinnen de rijken in de stad. CCP-jongeren haten Hongkong, Taiwan en de Verenigde Staten. Arme mensen haten rijke mensen. CCP regeringsfunctionarissen haten functionarissen met meer macht.

Het CCP-systeem is aan de macht gekomen door het legitimeren van gewelddadige revolutie gebaseerd op haat. Er zal een dag komen dat dit zich tegen de CCP zelf zal keren.

Alexander Liao is een columnist en journalist die onderzoek doet naar internationale zaken in de Verenigde Staten, China en Zuidoost-Azië. Hij heeft een groot aantal reportages, commentaren en videoprogramma’s gepubliceerd in kranten en Chinese financiële tijdschriften in de Verenigde Staten en Hong Kong.

De standpunten in dit artikel zijn de meningen van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijk de standpunten van The Epoch Times.

Origineel gepubliceerd door The Epoch Times (24 juni 2021): The Best of Times and Worst of Times in Hong Kong—The CCP’s Contradictory Regime