De herdenking van het bloedbad op het Tiananmenplein, 37 jaar geleden op 4 juni, richtte opnieuw de aandacht op het harde optreden van de CCP tegen de pro-democratische beweging van 1989. Daarnaast wordt steeds vaker gewezen op overeenkomsten tussen het huidige China en de situatie die voorafging aan de ineenstorting van de communistische regimes in Oost-Europa en de Sovjet-Unie.
Herdenkingen vonden plaats in de Verenigde Staten, Europa, Taiwan en andere landen, waar deelnemers de herinnering levend wilden houden aan een gebeurtenis die door het Chinese regime nog altijd zwaar wordt gecensureerd. Vooral de verklaringen van de Amerikaanse president Donald Trump en minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio trokken dit jaar aandacht door hun directe kritiek op het communisme.
Op 3 juni plaatste Trump op Truth Social een verklaring waarin hij het communisme omschreef als een systeem dat “dood, vernietiging en ellende” brengt. Rubio gaf eveneens een verklaring uit ter gelegenheid van de herdenking van 4 juni, waarin hij stelde dat de CCP in 1989 troepen opdracht gaf vreedzame demonstranten op en rond het Tiananmenplein aan te vallen.
Hij voegde daaraan toe dat geen enkele vorm van censuur de waarheid over wat er gebeurde kan uitwissen en dat gerechtigheid uiteindelijk zal zegevieren.
Voor Ming Chu-cheng, emeritus hoogleraar politicologie aan de Nationale Universiteit van Taiwan, reikt de betekenis van zulke verklaringen verder dan louter de herdenking van een historische tragedie.
“Het herdenken van 4 juni is niet anti-China; het is anti-communistisch”, zei Ming in een aflevering van 5 juni van “Insight News”, een Chineestalig programma van NTD, zusterorganisatie van The Epoch Times. Volgens hem is verzet tegen communistisch autoritarisme een bredere mondiale trend geworden en maken veel democratische landen nog steeds onderscheid tussen kritiek op de CCP en hun houding tegenover China en het Chinese volk.
Een beweging die de geschiedenis veranderde

De gebeurtenissen die leidden tot het bloedbad op Tiananmen begonnen in april 1989 na het overlijden van voormalig CCP-leider Hu Yaobang, die vanwege zijn relatief hervormingsgezinde reputatie populair was bij veel Chinezen. Wat begon als publieke rouw groeide al snel uit tot een landelijke beweging die politieke hervormingen, verantwoordingsplicht van de overheid, persvrijheid en meer vrijheid van meningsuiting eiste. Demonstraties verspreidden zich van Peking naar steden in heel China en trokken studenten, intellectuelen, arbeiders en gewone burgers aan.
De beweging bereikte een tragisch hoogtepunt tijdens het militaire ingrijpen van 3 en 4 juni, toen troepen Peking binnentrokken en met scherp schoten op demonstranten op en rond het Tiananmenplein. Het exacte dodental blijft omstreden, maar schattingen lopen in de duizenden.
Ming herinnert zich dat hij de demonstraties destijds nauwgezet volgde.
“Zelfs na meer dan drie decennia staan veel scènes nog helder op mijn netvlies”, zei hij. “We zagen de gebeurtenissen bijna in realtime ontvouwen, en het was hartverscheurend om te zien hoe het afliep.”
Volgens Ming droegen economische en politieke spanningen onder het bewind van de CCP bij aan de onrust. De marktgerichte hervormingen van de jaren tachtig hadden inflatie en stijgende levensonderhoudskosten veroorzaakt, terwijl corruptie onder functionarissen de publieke frustratie aanwakkerde. Tegelijkertijd ontstonden binnen de CCP-leiding scheidslijnen tussen hervormers, vertegenwoordigd door toenmalig partijsecretaris Zhao Ziyang, en hardliners, onder wie premier Li Peng.

Ming zei dat de publicatie van een hoofdartikel in de People’s Daily op 26 april, waarin de protesten werden bestempeld als een geplande “contrarevolutionaire opstand”, de spanningen verder deed oplopen op een moment dat de demonstraties juist begonnen af te nemen. Het artikel wakkerde de woede onder studenten aan en moedigde veel demonstranten aan opnieuw de straat op te gaan.
In de laatste dagen voor het militaire ingrijpen bezocht Zhao de studenten op het Tiananmenplein en drong hij er bij hen op aan te vertrekken. Volgens Ming begreep Zhao toen al dat er waarschijnlijk op korte termijn militaire actie zou volgen.
De onderdrukking van de beweging had gevolgen die veel verder reikten dan China. Hoewel de pogingen tot democratische hervorming in Peking mislukten, vonden de gebeurtenissen van 1989 plaats terwijl Oost-Europa werd overspoeld door een golf van politieke veranderingen. Binnen enkele jaren stortten communistische regimes in de hele regio in, gevolgd door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991.
Van economische bloei naar vertraging
Na het bloedbad op het Tiananmenplein kreeg China te maken met internationale sancties en diplomatieke isolatie. Onder toenmalig CCP-leider Deng Xiaoping hervatte Peking echter de economische hervormingen en trad het later toe tot de Wereldhandelsorganisatie, waardoor de wereld China de ruimte gaf om zich te ontwikkelen tot een wereldwijde productiegigant.
Decennialang hielpen snelle groei van handel en investeringen de CCP sociale stabiliteit en legitimiteit te behouden, ondanks het uitblijven van politieke liberalisering.
Volgens Ming is die formule de afgelopen jaren verzwakt.
Hij stelt dat een combinatie van factoren — waaronder groeiende staatscontrole over de private sector, spanningen met belangrijke handelspartners, strenge coronamaatregelen, militaire expansie, omvangrijke infrastructuurinvesteringen in het buitenland en aanhoudende corruptie — heeft bijgedragen aan een langdurige economische vertraging.
Officieel blijft de Chinese economie groeien. Maar de groeicijfers zijn aanzienlijk gedaald ten opzichte van de dubbelcijferige groei die zo kenmerkend was voor een groot deel van de opkomst van het land.
Toenemende sociale druk
Economische problemen vertalen zich steeds vaker in sociale uitdagingen.
Een van de zichtbaarste problemen is de jeugdwerkloosheid. Hoewel China de afgelopen jaren recordaantallen universitair afgestudeerden heeft voortgebracht, hebben veel jongeren moeite een baan te vinden die aansluit bij hun opleiding. Sommige afgestudeerden van topuniversiteiten zijn uitgeweken naar de gig-economie, bijvoorbeeld als chauffeur bij taxidiensten, omdat traditionele carrièrekansen schaarser zijn geworden.
Tegelijkertijd kampt China met een verergerende demografische crisis. Het geboortecijfer blijft dalen, terwijl de bevolking veel sneller vergrijst dan in veel andere landen — als gevolg van het decennialange éénkindbeleid.
Ming wijst daarnaast op zorgen over afnemende vermogens van de middenklasse, toenemende psychische problemen en een stijging van meldingen van gewelddadige incidenten gericht tegen het publiek. De CCP heeft hierop vooral gereageerd met strengere sociale controle, meer online censuur en uitgebreidere surveillance.
Volgens Ming past dit in een breder patroon dat vaak zichtbaar wordt wanneer economische groei sterk vertraagt en de verwachtingen van burgers sneller stijgen dan de beschikbare kansen.

Een groeiend gevoel van onzekerheid
Over het politieke systeem zelf zegt Ming dat veel functionarissen binnen de CCP de ernst van de economische, sociale en diplomatieke problemen erkennen, maar terughoudend zijn om daar openlijk over te spreken. Tegelijkertijd gaan anticorruptie-onderzoeken en politieke zuiveringen door binnen zowel civiele als militaire instellingen.
De afgelopen jaren zijn tal van hoge functionarissen, onder wie topmilitairen, afgezet of onderzocht. Zulke campagnes kunnen volgens Ming een sfeer van wantrouwen binnen de bureaucratie creëren, waardoor functionarissen steeds voorzichtiger en terughoudender worden om risico’s te vermijden.
Het resultaat is wat hij omschrijft als een “doemdenkersmentaliteit” onder sommige CCP-functionarissen: het gevoel dat systeemproblemen zich opstapelen terwijl maar weinigen bereid of in staat zijn die rechtstreeks aan te pakken.
De geschiedenis laat zien hoe communistische systemen onverwacht kunnen afbrokkelen, zegt Ming. Voorafgaand aan de val van communistische regimes in Oost-Europa en de Sovjet-Unie kenden veel landen economische stagnatie, afnemend vertrouwen van het publiek, politieke machtsstrijd en groeiende desillusie onder partijleden.

Ming meent dat veel van diezelfde factoren nu ook in China zichtbaar worden.
Of die druk uiteindelijk zal leiden tot veranderingen vergelijkbaar met die in Oost-Europa en de Sovjet-Unie, blijft onzeker. Maar terwijl de wereld opnieuw Tiananmen herdenkt, blijven de vragen die de democratiebeweging van 1989 opriep — en de vragen over China’s politieke toekomst — onbeantwoord.
Wang Jingchun heeft bijgedragen aan dit verslag.
Gepubliceerd door The Epoch Times (9 juni 2026): As World Remembers Tiananmen Massacre, Analyst Warns of Growing Strains in China






































